De onderdelen van de weg en de juiste plaats op de weg.
Alle voor openbaar verkeer openstaande wegen en paden, inclusief bruggen, bermen en zijkanten.
Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte, behalve fiets- en bromfietspaden.
Een door strepen gemarkeerd deel van de rijbaan dat breed genoeg is voor motorvoertuigen.
Het deel naast de rijbaan; het hoort bij de weg maar niet bij de rijbaan.
Een gemarkeerd deel van de rijbaan met fietssymbool, bestemd voor fietsers en snorfietsers.
Nee. Parkeren én stilstaan zijn daar verboden.
Een pad met bord G12a voor fietsers, snorfietsers en bromfietsers.
Een afgescheiden plek naast de rijbaan om in noodgevallen te stoppen.
Een afgescheiden deel langs de hoofdrijbaan van een autosnelweg, alleen voor noodgevallen.
Een rijstrook waarmee bestuurders de doorgaande rijbaan oprijden.
Een rijstrook waarmee bestuurders de doorgaande rijbaan verlaten.
Een rijbaan of rijstrook aangeduid met BUS; ander verkeer gebruikt die alleen als dit is toegestaan.