Decklio waarmee je leert en onthoudt wat er gebeurt nadat er verkiezingen zijn geweest voor de tweede kamer.
De stemmen worden geteld. De Kiesraad controleert alles en maakt de uitslag officieel.
De 150 stoelen in de Tweede Kamer worden verdeeld over de partijen, passend bij het aantal stemmen.
De oude regering blijft tijdelijk aan tot er een nieuwe is. Ze regelen vooral de lopende zaken.
Bijna: ze worden eerst officieel aangewezen en daarna beëdigd (ze beloven hun werk eerlijk te doen).
De leden leggen de eed of belofte af en kiezen onder meer een nieuwe Kamervoorzitter.
Iemand die met partijen praat om te kijken welke partijen samen een regering kunnen vormen.
Die gaat dieper praten met partijen om te onderzoeken welke afspraken ze samen kunnen maken.
Partijen die samenwerken om samen genoeg zetels te hebben (minstens 76) om te kunnen regeren.
Een afsprakenboekje van de coalitie: wat de regering de komende jaren wil doen.
Meestal de toekomstige minister-president; die zoekt mensen voor de ministers- en staatssecretarisposten.
De formateur stelt ze voor; ze worden door de Koning(in) beëdigd. Daarna is er vaak een ‘bordesfoto’.
De nieuwe minister-president vertelt in de Kamer wat de plannen zijn; daarna is er een debat.
Zij zijn de oppositie. Ze controleren de regering en doen voorstellen voor verbeteringen.
De regering of Kamer maakt een wetsvoorstel. De Tweede Kamer bespreekt en stemt. Dan de Eerste Kamer. Gaat het door? Dan ondertekenen Koning(in) en minister, en wordt het een wet.
De Koning(in) leest de Troonrede (plannen voor het jaar) en de minister van Financiën presenteert de miljoenennota en de rijksbegroting.