๐Ÿซ
๐Ÿง’

Voor het eerst naar de peutergroep op school: woorden en begrippen. (Deel 1)

Decklio met schooltaalwoorden voor kinderen die voor het eerst naar de peutergroep van de school gaan. (Deel 1)

๐Ÿคฒ

de handdoek

Voorkant
๐Ÿคฒ

Het ding waarmee kinderen hun handen droog maken na het wassen.


De leerling droogt zijn handen af met de handdoek.

Achterkant
๐Ÿงผ

de zeep

Voorkant
๐Ÿงผ

Het middel waarmee kinderen hun handen schoon maken bij de wasbak.


De leerling wast zijn handen met de zeep.

Achterkant
๐Ÿšฟ

de wasbak

Voorkant
๐Ÿšฟ

Het ding in de wc waar kinderen hun handen kunnen wassen.


De leerling wast zijn handen bij de wasbak.

Achterkant
๐Ÿšฝ

de wc

Voorkant
๐Ÿšฝ

De ruimte in de school waar kinderen naar de toilet gaan.


De leerling gaat naar de wc tijdens de pauze.

Achterkant
๐Ÿ‘œ

de gymtas

Voorkant
๐Ÿ‘œ

De tas waarin kinderen hun gymkleren en gymschoenen naar school brengen.


De leerling pakt zijn gymkleren uit de gymtas.

Achterkant
๐Ÿ‘•

de gymkleren

Voorkant
๐Ÿ‘•

De speciale kleding die kinderen dragen tijdens de gymles.


De leerling trekt zijn gymkleren aan voor de gymles.

Achterkant
๐Ÿ‘Ÿ

de gymschoenen

Voorkant
๐Ÿ‘Ÿ

De speciale schoenen die kinderen dragen tijdens de gymles.


De leerling trekt zijn gymschoenen aan voor de gymles.

Achterkant
๐Ÿƒ

de gymzaal

Voorkant
๐Ÿƒ

De grote ruimte in de school waar kinderen sporten en bewegen.


De kinderen rennen en spelen in de gymzaal.

Achterkant
๐Ÿ“„

het papier

Voorkant
๐Ÿ“„

Het dunne witte materiaal waarop kinderen schrijven, tekenen en knippen.


De leerling schrijft op het papier.

Achterkant
๐Ÿ–๏ธ

de kleurpotloden

Voorkant
๐Ÿ–๏ธ

De gekleurde potloden waarmee kinderen tekeningen kunnen maken en inkleuren.


De leerling tekent een mooie tekening met zijn kleurpotloden.

Achterkant
๐Ÿงด

de lijm

Voorkant
๐Ÿงด

Het kleefmiddel waarmee kinderen papier en andere materialen aan elkaar kunnen plakken.


De leerling plakt het papier vast met de lijm.

Achterkant
โœ‚๏ธ

de schaar

Voorkant
โœ‚๏ธ

Het gereedschap waarmee kinderen papier en andere materialen kunnen knippen.


De leerling knipt het papier met de schaar.

Achterkant
๐Ÿ—„๏ธ

de kast

Voorkant
๐Ÿ—„๏ธ

Het meubel in de klas waar spullen en boeken worden bewaard.


De juf pakt het boek uit de kast.

Achterkant
๐ŸชŸ

het raam

Voorkant
๐ŸชŸ

De opening in de muur van de klas waardoor licht naar binnen komt en je naar buiten kunt kijken.


De leerling kijkt door het raam naar buiten.

Achterkant
๐Ÿ‘”

de directeur

Voorkant
๐Ÿ‘”

De persoon die de leiding heeft over de hele school.


De directeur loopt door de gangen van de school.

Achterkant
๐Ÿ””

de schoolbel

Voorkant
๐Ÿ””

Het geluid dat aangeeft wanneer de les begint of de pauze begint.


De kinderen gaan naar binnen als de schoolbel gaat.

Achterkant
๐Ÿ“

de etui

Voorkant
๐Ÿ“

Het doosje waarin kinderen hun pennen, potloden en andere schrijfspullen bewaren.


De leerling haalt zijn potlood uit de etui.

Achterkant
๐Ÿ–Š๏ธ

de pen

Voorkant
๐Ÿ–Š๏ธ

Het schrijfgereedschap waarmee kinderen met inkt schrijven.


De leerling schrijft met zijn pen.

Achterkant
๐Ÿงฝ

de gum

Voorkant
๐Ÿงฝ

Het voorwerp waarmee kinderen fouten kunnen wegmaken.


De leerling wist de fout weg met zijn gum.

Achterkant
๐Ÿ“–

het boek

Voorkant
๐Ÿ“–

Het voorwerp met pagina's waarin kinderen lezen en leren.


De leerling leest in zijn boek.

Achterkant
๐Ÿ““

het schrift

Voorkant
๐Ÿ““

Het boekje waarin kinderen schrijven en tekenen.


De leerling schrijft in zijn schrift.

Achterkant
โœ๏ธ

het potlood

Voorkant
โœ๏ธ

Het schrijfgereedschap waarmee kinderen schrijven en tekenen.


De leerling schrijft met zijn potlood.

Achterkant
๐ŸŽ’

de rugzak

Voorkant
๐ŸŽ’

De tas die kinderen dragen om hun spullen naar school te brengen.


De leerling draagt zijn rugzak naar school.

Achterkant
๐Ÿ–ฅ๏ธ

het bord

Voorkant
๐Ÿ–ฅ๏ธ

Het grote vlak aan de muur waarop de juf of meester schrijft.


De juf schrijft op het bord.

Achterkant
๐Ÿ“š

de les

Voorkant
๐Ÿ“š

De tijd waarin de juf of meester iets leert aan de kinderen.


De kinderen luisteren naar de les.

Achterkant
โฐ

de pauze

Voorkant
โฐ

De tijd tussen de lessen waarin kinderen kunnen rusten en spelen.


De kinderen gaan naar buiten in de pauze.

Achterkant
๐Ÿ›

het schoolplein

Voorkant
๐Ÿ›

De buitenruimte van de school waar kinderen kunnen spelen.


De kinderen spelen op het schoolplein.

Achterkant
๐Ÿซ

de school

Voorkant
๐Ÿซ

Het gebouw waar kinderen naartoe gaan om te leren.


De kinderen lopen naar de school.

Achterkant
๐Ÿ‘ถ

de leerling

Voorkant
๐Ÿ‘ถ

Het kind dat naar school gaat om te leren.


De leerling zit aan zijn tafel.

Achterkant
๐Ÿซ

de klas

Voorkant
๐Ÿซ

De ruimte waar kinderen les krijgen.


De kinderen zitten in de klas.

Achterkant
๐Ÿ‘จโ€๐Ÿซ

de meester

Voorkant
๐Ÿ‘จโ€๐Ÿซ

De mannelijke leraar in de klas.


De meester loopt door de school.

Achterkant
๐Ÿ‘ฉโ€๐Ÿซ

de juf

Voorkant
๐Ÿ‘ฉโ€๐Ÿซ

De vrouwelijke leraar in de klas.


De juf staat voor het bord

Achterkant