Spreekwoorden 8: eten en drinken
15 veelgebruikte spreekwoorden en gezegden met eten en drinken. Met korte uitleg en voorbeelden voor kinderen van ongeveer 10 jaar.
Wat betekent: iets voor zoete koek aannemen?
Iets meteen geloven zonder goed na te denken.
Hij zei dat er geen huiswerk was, maar ik nam dat niet zomaar voor zoete koek aan.
Wat betekent: boter bij de vis?
Meteen betalen of meteen doen wat je belooft.
Als je mijn fiets wilt kopen, graag boter bij de vis: vandaag betalen.
Wat betekent: iets met de paplepel ingegoten krijgen?
Iets al van jongs af aan leren.
Thuis werd veel gezongen, dus muziek kreeg Sara met de paplepel ingegoten.
Wat betekent: de soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend?
Het valt meestal minder erg uit dan het eerst lijkt.
De toets leek moeilijk, maar de soep werd niet zo heet gegeten als ze werd opgediend.
Wat betekent: het is koek en ei?
Alles is weer goed tussen mensen.
Na hun excuses was het tussen de vrienden weer koek en ei.
Wat betekent: ergens geen chocola van kunnen maken?
Iets helemaal niet begrijpen.
Van die rare som kon Bram geen chocola maken.
Wat betekent: een koekje van eigen deeg krijgen?
Zelf meemaken wat je een ander ook hebt aangedaan.
Hij plaagde altijd anderen en werd nu zelf geplaagd: hij kreeg een koekje van eigen deeg.
Wat betekent: iemand iets in de maag splitsen?
Iemand iets laten aannemen waar die eigenlijk niet op zit te wachten.
Ze wilden de oude printer kwijt en splitsten hem in de maag van de buurman.
Wat betekent: de kers op de taart?
Het mooiste extraatje bovenop iets wat al goed is.
De prijs winnen was leuk, maar samen op het podium staan was de kers op de taart.
Wat betekent: appels met peren vergelijken?
Twee dingen vergelijken die eigenlijk te verschillend zijn.
Een step en een fiets zijn niet hetzelfde; dan vergelijk je appels met peren.
Wat betekent: iets voor een appel en een ei kopen?
Iets heel goedkoop kopen.
Op de rommelmarkt kocht hij een spel voor een appel en een ei.
Wat betekent: brood op de plank hebben?
Genoeg geld verdienen om van te leven.
Door zijn nieuwe baan had papa weer brood op de plank.
Wat betekent: de smaak te pakken hebben?
Iets leuk gaan vinden en ermee door willen gaan.
Na één potje schaken had Noor de smaak te pakken.
Wat betekent: iets in de melk te brokkelen hebben?
Ergens iets over te zeggen hebben of invloed hebben.
De leerlingenraad heeft op school ook iets in de melk te brokkelen.
Wat betekent: mosterd na de maaltijd?
Hulp of advies dat te laat komt.
Na de toets uitleg geven over die som was mosterd na de maaltijd.