Oefen in 15 compacte kaarten de belangrijkste politieke stromingen en hun kernvragen over vrijheid, gelijkheid, traditie, markt, gemeenschap en nationale identiteit.
Een samenhangend pakket ideeΓ«n over macht, samenleving en rechtvaardigheid. Het geeft richting aan politieke keuzes.
Vrijheid van het individu staat centraal. De overheid moet rechten beschermen en macht begrenzen.
Gelijkheid en solidariteit staan centraal. De overheid mag ongelijkheid actief verkleinen.
Traditie, orde en geleidelijke verandering staan centraal. Niet alles wat oud is, is automatisch verkeerd.
Een stroming rond gemeenschap, verantwoordelijkheid en solidariteit. Familie, maatschappelijk middenveld en zorg voor elkaar tellen zwaar.
De natie en nationale identiteit staan centraal. Politieke macht hoort vooral bij het eigen volk of land.
Populisme zet βhet volkβ tegenover βde eliteβ. Het belooft politiek directer namens gewone mensen te spreken.
Een stroming gericht op maatschappelijke vooruitgang en hervorming. Bestaande normen mogen veranderen.
Individuele vrijheid en minimale overheid staan centraal. Mensen moeten zoveel mogelijk zelf beslissen.
Industrialisatie, revoluties en nationalisme veranderden de samenleving. Nieuwe problemen vroegen om nieuwe politieke antwoorden.
Het helpt snel politieke verschillen te ordenen. Maar cultuur, macht en vrijheid passen niet altijd op één lijn.
De vrijheid en verantwoordelijkheid van het individu staan voorop. Keuzes worden minder vanuit groep of traditie bekeken.
De groep of gemeenschap staat centraal. Politiek kijkt vooral naar gezamenlijke belangen en solidariteit.
Meer vrijheid kan ongelijkheid vergroten. Meer gelijkheid vraagt soms regels die vrijheid beperken.
Je herkent onderliggende waarden achter standpunten. Daardoor praat je minder over losse meningen en meer over principes.