Onderweg en plaatsen: spreekwoorden en gezegden
15 veelgebruikte spreekwoorden en gezegden over wegen, reizen, plekken en richting kiezen. In eenvoudige taal voor kinderen van ongeveer 10 jaar.
Er zijn meerdere manieren om hetzelfde doel te bereiken.
Je kunt de som op twee manieren oplossen; alle wegen leiden naar Rome.
Grote of moeilijke dingen kosten tijd.
Je hoeft niet meteen perfect te kunnen tekenen; Rome is niet in één dag gebouwd.
Hard werken en laten zien waar je goed in bent.
De jonge band timmerde aan de weg met veel optredens.
Niet meer weten wat je moet doen of waar je heen moet.
Bij die moeilijke uitleg was ik even de weg kwijt.
Goed bezig zijn en dichter bij je doel komen.
Je som is nog niet af, maar je bent op de goede weg.
Iemand helpen door uit te leggen waarheen of hoe iets moet.
De oudere leerling wees de brugklasser de weg naar het lokaal.
Nergens goed bij passen en daardoor geen hulp krijgen.
De taak was niet voor groep A of B, dus hij viel tussen wal en schip.
In een steeds slechtere situatie terechtkomen.
Als je nooit meer oefent, kun je langzaam aan lager wal raken met lezen.
Ergens geaccepteerd worden of succes beginnen te krijgen.
Het nieuwe idee kreeg langzaam voet aan de grond in de klas.
Nuchter blijven en niet gaan opscheppen of dromen zonder plan.
Ook na zijn prijs bleef hij met beide benen op de grond staan.
Heel verrast zijn omdat je iets niet zag aankomen.
Toen de toets werd aangekondigd, kwam de klas uit de lucht vallen.
In dezelfde situatie zitten, vaak met hetzelfde probleem. *** Alle leerlingen waren hun gymspullen vergeten; ze zaten [in hetzelfde schuitje]{.text-blue}.
Een nadeel hebben, verlies lijden of mislukken.
Door de verkeerde gok ging het team het schip in.
Eerlijk en duidelijk zijn.
Mijn oma is recht door zee: ze zegt netjes maar eerlijk wat ze vindt.
Door een oplossing juist in een slechtere situatie komen.
Door snel af te kijken raakte hij van de wal in de sloot.