Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'naar het zwembad'.
Een [zwembad]{.text-blue} is een plek met รฉรฉn of meer baden waarin mensen zwemmen, sporten of spelen. *** Op woensdagmiddag ga ik naar het [zwembad]{.text-blue}.
Een [toezichthouder]{.text-blue} is iemand die oplet of bezoekers zich veilig gedragen en zo nodig helpt. *** De [toezichthouder]{.text-blue} houdt het diepe bad goed in de gaten.
Een [kleedkamer]{.text-blue} is een ruimte waar bezoekers zich kunnen omkleden. *** Na het zwemmen trek ik in de [kleedkamer]{.text-blue} droge kleren aan.
Een [kluisje]{.text-blue} is een kleine afsluitbare kast waarin je spullen veilig kunt bewaren. *** Mijn telefoon en portemonnee liggen in een [kluisje]{.text-blue}.
Een [douche]{.text-blue} is een voorziening waar water van bovenaf stroomt om je lichaam af te spoelen. *** Voor het zwemmen ga ik eerst onder de [douche]{.text-blue}.
Een [zwembroek]{.text-blue} is een kledingstuk dat jongens en mannen tijdens het zwemmen dragen. *** Ik stop mijn [zwembroek]{.text-blue} en handdoek in de sporttas.
Een [badpak]{.text-blue} is een aansluitend kledingstuk dat tijdens het zwemmen wordt gedragen. *** Voor de zwemles trekt zij haar [badpak]{.text-blue} aan.
Een [zwembril]{.text-blue} is een bril die je ogen tijdens het zwemmen tegen water beschermt. *** Met mijn [zwembril]{.text-blue} kan ik onder water goed kijken.
Een [badmuts]{.text-blue} is een nauwsluitende muts die tijdens het zwemmen over het haar wordt gedragen. *** De zwemmer doet een [badmuts]{.text-blue} op voor de wedstrijd.
Het [ondiepe bad]{.text-blue} is een zwembad waarin het water niet erg diep is. *** Beginnende zwemmers oefenen in het [ondiepe bad]{.text-blue}.
Het [diepe bad]{.text-blue} is een zwembad waarin je op veel plaatsen niet kunt staan. *** Alleen zwemmers met voldoende zwemvaardigheid gaan in het [diepe bad]{.text-blue}.
Een [zwembaan]{.text-blue} is een lange strook in een zwembad die met lijnen van andere banen is gescheiden. *** Ik zwem tien keer heen en weer in dezelfde [zwembaan]{.text-blue}.
Een [startblok]{.text-blue} is een verhoogd platform waarvan wedstrijdzwemmers het water in duiken. *** De zwemmer staat klaar op het [startblok]{.text-blue}.
Een [duikplank]{.text-blue} is een verende plank waarvan je in het water kunt springen of duiken. *** Vanaf de [duikplank]{.text-blue} spring ik met mijn voeten vooruit.
Een [waterglijbaan]{.text-blue} is een glijbaan waarover je met water naar beneden glijdt. *** De kinderen gaan steeds opnieuw van de [waterglijbaan]{.text-blue}.
De [schoolslag]{.text-blue} is een zwemslag waarbij armen en benen tegelijk een brede beweging maken. *** Tijdens de les oefenen we de [schoolslag]{.text-blue}.
De [borstcrawl]{.text-blue} is een snelle zwemslag op de buik waarbij de armen om de beurt naar voren gaan. *** Met de [borstcrawl]{.text-blue} zwemt hij snel naar de overkant.
De [rugslag]{.text-blue} is een zwemslag waarbij je op je rug door het water beweegt. *** Bij de [rugslag]{.text-blue} kijk ik naar het plafond.
[Watertrappelen]{.text-blue} is rechtop in het water blijven door voortdurend je armen en benen te bewegen. *** Tijdens het [watertrappelen]{.text-blue} houd ik mijn hoofd boven water.
[Chloor]{.text-blue} is een stof die in zwembadwater wordt gebruikt om schadelijke micro-organismen te bestrijden. *** Na het zwemmen ruikt mijn haar een beetje naar [chloor]{.text-blue}.
Een zwembad is een plek met รฉรฉn of meer baden waarin mensen zwemmen, sporten of spelen.
Op woensdagmiddag ga ik naar het zwembad.
Een toezichthouder is iemand die oplet of bezoekers zich veilig gedragen en zo nodig helpt.
De toezichthouder houdt het diepe bad goed in de gaten.
Een kleedkamer is een ruimte waar bezoekers zich kunnen omkleden.
Na het zwemmen trek ik in de kleedkamer droge kleren aan.
Een kluisje is een kleine afsluitbare kast waarin je spullen veilig kunt bewaren.
Mijn telefoon en portemonnee liggen in een kluisje.
Een douche is een voorziening waar water van bovenaf stroomt om je lichaam af te spoelen.
Voor het zwemmen ga ik eerst onder de douche.
Een zwembroek is een kledingstuk dat jongens en mannen tijdens het zwemmen dragen.
Ik stop mijn zwembroek en handdoek in de sporttas.
Een badpak is een aansluitend kledingstuk dat tijdens het zwemmen wordt gedragen.
Voor de zwemles trekt zij haar badpak aan.
Een zwembril is een bril die je ogen tijdens het zwemmen tegen water beschermt.
Met mijn zwembril kan ik onder water goed kijken.
Een badmuts is een nauwsluitende muts die tijdens het zwemmen over het haar wordt gedragen.
De zwemmer doet een badmuts op voor de wedstrijd.
Het ondiepe bad is een zwembad waarin het water niet erg diep is.
Beginnende zwemmers oefenen in het ondiepe bad.
Het diepe bad is een zwembad waarin je op veel plaatsen niet kunt staan.
Alleen zwemmers met voldoende zwemvaardigheid gaan in het diepe bad.
Een zwembaan is een lange strook in een zwembad die met lijnen van andere banen is gescheiden.
Ik zwem tien keer heen en weer in dezelfde zwembaan.
Een startblok is een verhoogd platform waarvan wedstrijdzwemmers het water in duiken.
De zwemmer staat klaar op het startblok.
Een duikplank is een verende plank waarvan je in het water kunt springen of duiken.
Vanaf de duikplank spring ik met mijn voeten vooruit.
Een waterglijbaan is een glijbaan waarover je met water naar beneden glijdt.
De kinderen gaan steeds opnieuw van de waterglijbaan.
De schoolslag is een zwemslag waarbij armen en benen tegelijk een brede beweging maken.
Tijdens de les oefenen we de schoolslag.
De borstcrawl is een snelle zwemslag op de buik waarbij de armen om de beurt naar voren gaan.
Met de borstcrawl zwemt hij snel naar de overkant.
De rugslag is een zwemslag waarbij je op je rug door het water beweegt.
Bij de rugslag kijk ik naar het plafond.
Watertrappelen is rechtop in het water blijven door voortdurend je armen en benen te bewegen.
Tijdens het watertrappelen houd ik mijn hoofd boven water.
Chloor is een stof die in zwembadwater wordt gebruikt om schadelijke micro-organismen te bestrijden.
Na het zwemmen ruikt mijn haar een beetje naar chloor.