Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'naar de dierentuin'.
Een [dierentuin]{.text-blue} is een park waar verschillende diersoorten worden verzorgd en aan bezoekers worden getoond. *** In de [dierentuin]{.text-blue} zien we olifanten, apen en pinguΓ―ns.
Een [dierenverblijf]{.text-blue} is een speciaal ingerichte ruimte waar een dier in een dierentuin leeft. *** Het [dierenverblijf]{.text-blue} van de tijgers heeft bomen, rotsen en water.
Een [dierenverzorger]{.text-blue} is iemand die dieren voert, hun verblijf schoonhoudt en op hun gezondheid let. *** De [dierenverzorger]{.text-blue} geeft de olifanten vers hooi.
De [voedertijd]{.text-blue} is het vaste moment waarop dieren eten krijgen. *** Bij de zeeleeuwen begint de [voedertijd]{.text-blue} om twee uur.
Een [leefgebied]{.text-blue} is de natuurlijke omgeving waarin een dier of plant leeft. *** De savanne is het [leefgebied]{.text-blue} van veel giraffen en zebra's.
Een [roofdier]{.text-blue} is een dier dat andere dieren vangt en opeet. *** De leeuw is een groot [roofdier]{.text-blue}.
Een [prooidier]{.text-blue} is een dier waarop door een roofdier wordt gejaagd. *** Een antilope kan een [prooidier]{.text-blue} van een leeuw zijn.
Een [zoogdier]{.text-blue} is een gewerveld dier waarvan de jongen melk van de moeder drinken. *** Een olifant is een [zoogdier]{.text-blue}.
Een [reptiel]{.text-blue} is een koudbloedig gewerveld dier met meestal een droge, geschubde huid. *** De krokodil is een [reptiel]{.text-blue}.
Een [amfibie]{.text-blue} is een dier dat een deel van zijn leven in het water en een deel op het land kan leven. *** Een kikker is een [amfibie]{.text-blue}.
Een [bedreigde diersoort]{.text-blue} is een diersoort waarvan er zo weinig dieren over zijn dat uitsterven dreigt. *** De dierentuin helpt bij de bescherming van een [bedreigde diersoort]{.text-blue}.
Een [fokprogramma]{.text-blue} is een georganiseerd plan om dieren te laten voortplanten en een soort te behouden. *** De jonge panda is geboren binnen een internationaal [fokprogramma]{.text-blue}.
Een [omheining]{.text-blue} is een hek, muur of andere afscheiding rondom een gebied. *** Een hoge [omheining]{.text-blue} houdt de dieren veilig in hun verblijf.
Een [tropenhuis]{.text-blue} is een warme, vochtige ruimte waarin tropische planten en dieren worden gehouden. *** In het [tropenhuis]{.text-blue} vliegen kleurrijke vogels rond.
Een [nachtdier]{.text-blue} is een dier dat vooral 's nachts actief is. *** De uil is een bekend [nachtdier]{.text-blue}.
Een [planteneter]{.text-blue} is een dier dat vooral planten eet. *** De giraffe is een [planteneter]{.text-blue} die bladeren van hoge bomen eet.
Een [vleeseter]{.text-blue} is een dier dat vooral andere dieren of vlees eet. *** De tijger is een [vleeseter]{.text-blue}.
Een [kudde]{.text-blue} is een groep zoogdieren van dezelfde soort die samen leeft of rondtrekt. *** De olifanten lopen als een [kudde]{.text-blue} door het verblijf.
Een [roofvogel]{.text-blue} is een vogel die met scherpe klauwen en een kromme snavel op dieren jaagt. *** Een arend is een krachtige [roofvogel]{.text-blue}.
[Dierengedrag]{.text-blue} is alles wat dieren doen en hoe zij reageren op hun omgeving. *** De onderzoeker observeert het [dierengedrag]{.text-blue} van de apen.
Een dierentuin is een park waar verschillende diersoorten worden verzorgd en aan bezoekers worden getoond.
In de dierentuin zien we olifanten, apen en pinguΓ―ns.
Een dierenverblijf is een speciaal ingerichte ruimte waar een dier in een dierentuin leeft.
Het dierenverblijf van de tijgers heeft bomen, rotsen en water.
Een dierenverzorger is iemand die dieren voert, hun verblijf schoonhoudt en op hun gezondheid let.
De dierenverzorger geeft de olifanten vers hooi.
De voedertijd is het vaste moment waarop dieren eten krijgen.
Bij de zeeleeuwen begint de voedertijd om twee uur.
Een leefgebied is de natuurlijke omgeving waarin een dier of plant leeft.
De savanne is het leefgebied van veel giraffen en zebra's.
Een roofdier is een dier dat andere dieren vangt en opeet.
De leeuw is een groot roofdier.
Een prooidier is een dier waarop door een roofdier wordt gejaagd.
Een antilope kan een prooidier van een leeuw zijn.
Een zoogdier is een gewerveld dier waarvan de jongen melk van de moeder drinken.
Een olifant is een zoogdier.
Een reptiel is een koudbloedig gewerveld dier met meestal een droge, geschubde huid.
De krokodil is een reptiel.
Een amfibie is een dier dat een deel van zijn leven in het water en een deel op het land kan leven.
Een kikker is een amfibie.
Een bedreigde diersoort is een diersoort waarvan er zo weinig dieren over zijn dat uitsterven dreigt.
De dierentuin helpt bij de bescherming van een bedreigde diersoort.
Een fokprogramma is een georganiseerd plan om dieren te laten voortplanten en een soort te behouden.
De jonge panda is geboren binnen een internationaal fokprogramma.
Een omheining is een hek, muur of andere afscheiding rondom een gebied.
Een hoge omheining houdt de dieren veilig in hun verblijf.
Een tropenhuis is een warme, vochtige ruimte waarin tropische planten en dieren worden gehouden.
In het tropenhuis vliegen kleurrijke vogels rond.
Een nachtdier is een dier dat vooral 's nachts actief is.
De uil is een bekend nachtdier.
Een planteneter is een dier dat vooral planten eet.
De giraffe is een planteneter die bladeren van hoge bomen eet.
Een vleeseter is een dier dat vooral andere dieren of vlees eet.
De tijger is een vleeseter.
Een kudde is een groep zoogdieren van dezelfde soort die samen leeft of rondtrekt.
De olifanten lopen als een kudde door het verblijf.
Een roofvogel is een vogel die met scherpe klauwen en een kromme snavel op dieren jaagt.
Een arend is een krachtige roofvogel.
Dierengedrag is alles wat dieren doen en hoe zij reageren op hun omgeving.
De onderzoeker observeert het dierengedrag van de apen.