Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'naar de bibliotheek'.
Een [bibliotheek]{.text-blue} is een plek waar je boeken en andere materialen kunt lezen en lenen. *** Ik ga naar de [bibliotheek]{.text-blue} om een spannend boek te zoeken.
Een [bibliothecaris]{.text-blue} is iemand die in een bibliotheek werkt en bezoekers helpt. *** De [bibliothecaris]{.text-blue} helpt mij het juiste boek te vinden.
Een [lidmaatschap]{.text-blue} betekent dat je officieel lid bent van een organisatie en haar diensten mag gebruiken. *** Met mijn [lidmaatschap]{.text-blue} kan ik boeken lenen bij de bibliotheek.
Een [bibliotheekpas]{.text-blue} is een pas waarmee je laat zien dat je lid bent van de bibliotheek. *** Bij de uitleenautomaat scan ik mijn [bibliotheekpas]{.text-blue}.
Een [catalogus]{.text-blue} is een overzicht waarin je kunt opzoeken welke boeken en materialen de bibliotheek heeft. *** In de digitale [catalogus]{.text-blue} zoek ik op de naam van de schrijver.
Een [boekenkast]{.text-blue} is een kast met planken waarin boeken worden bewaard. *** De kinderboeken staan in de lage [boekenkast]{.text-blue}.
Een [auteur]{.text-blue} is iemand die een boek of andere tekst heeft geschreven. *** Op de voorkant staat de naam van de [auteur]{.text-blue}.
Een [titel]{.text-blue} is de naam van een boek, verhaal of ander werk. *** De [titel]{.text-blue} van het boek staat groot op de kaft.
Een [genre]{.text-blue} is een soort verhaal of boek, zoals een avontuur, detective of sprookje. *** Mijn favoriete [genre]{.text-blue} is fantasie.
Een [roman]{.text-blue} is een lang, verzonnen verhaal dat als boek is uitgegeven. *** Mijn moeder leent een historische [roman]{.text-blue}.
Een [informatieboek]{.text-blue} is een boek met feiten en uitleg over een bepaald onderwerp. *** Voor mijn spreekbeurt leen ik een [informatieboek]{.text-blue} over vulkanen.
Een [prentenboek]{.text-blue} is een boek waarin afbeeldingen een belangrijk deel van het verhaal vertellen. *** De kleuter kiest een kleurrijk [prentenboek]{.text-blue}.
Een [tijdschrift]{.text-blue} is een uitgave met artikelen en afbeeldingen die regelmatig verschijnt. *** In de leeshoek blader ik door een [tijdschrift]{.text-blue} over dieren.
[Lenen]{.text-blue} is iets tijdelijk meenemen en later terugbrengen. *** Ik mag drie boeken uit de bibliotheek [lenen]{.text-blue}.
[Inleveren]{.text-blue} is iets terugbrengen naar de plek waar je het hebt geleend. *** Ik moet mijn bibliotheekboeken vrijdag [inleveren]{.text-blue}.
[Verlengen]{.text-blue} is ervoor zorgen dat je iets langer mag houden. *** Via de website kan ik de leentijd van mijn boek [verlengen]{.text-blue}.
[Reserveren]{.text-blue} is vooraf aangeven dat je iets wilt gebruiken of lenen zodra het beschikbaar is. *** Omdat het boek is uitgeleend, ga ik het [reserveren]{.text-blue}.
De [uitleentermijn]{.text-blue} is de periode waarin je een geleend materiaal mag houden. *** De [uitleentermijn]{.text-blue} van dit boek is drie weken.
Een [boete]{.text-blue} is een bedrag dat je soms moet betalen als je de regels niet volgt. *** Wie een boek te laat terugbrengt, kan een [boete]{.text-blue} krijgen.
Een [leeszaal]{.text-blue} is een rustige ruimte in de bibliotheek waar je kunt lezen of studeren. *** In de [leeszaal]{.text-blue} maak ik rustig mijn werkstuk.
Een bibliotheek is een plek waar je boeken en andere materialen kunt lezen en lenen.
Ik ga naar de bibliotheek om een spannend boek te zoeken.
Een bibliothecaris is iemand die in een bibliotheek werkt en bezoekers helpt.
De bibliothecaris helpt mij het juiste boek te vinden.
Een lidmaatschap betekent dat je officieel lid bent van een organisatie en haar diensten mag gebruiken.
Met mijn lidmaatschap kan ik boeken lenen bij de bibliotheek.
Een bibliotheekpas is een pas waarmee je laat zien dat je lid bent van de bibliotheek.
Bij de uitleenautomaat scan ik mijn bibliotheekpas.
Een catalogus is een overzicht waarin je kunt opzoeken welke boeken en materialen de bibliotheek heeft.
In de digitale catalogus zoek ik op de naam van de schrijver.
Een boekenkast is een kast met planken waarin boeken worden bewaard.
De kinderboeken staan in de lage boekenkast.
Een auteur is iemand die een boek of andere tekst heeft geschreven.
Op de voorkant staat de naam van de auteur.
Een titel is de naam van een boek, verhaal of ander werk.
De titel van het boek staat groot op de kaft.
Een genre is een soort verhaal of boek, zoals een avontuur, detective of sprookje.
Mijn favoriete genre is fantasie.
Een roman is een lang, verzonnen verhaal dat als boek is uitgegeven.
Mijn moeder leent een historische roman.
Een informatieboek is een boek met feiten en uitleg over een bepaald onderwerp.
Voor mijn spreekbeurt leen ik een informatieboek over vulkanen.
Een prentenboek is een boek waarin afbeeldingen een belangrijk deel van het verhaal vertellen.
De kleuter kiest een kleurrijk prentenboek.
Een tijdschrift is een uitgave met artikelen en afbeeldingen die regelmatig verschijnt.
In de leeshoek blader ik door een tijdschrift over dieren.
Lenen is iets tijdelijk meenemen en later terugbrengen.
Ik mag drie boeken uit de bibliotheek lenen.
Inleveren is iets terugbrengen naar de plek waar je het hebt geleend.
Ik moet mijn bibliotheekboeken vrijdag inleveren.
Verlengen is ervoor zorgen dat je iets langer mag houden.
Via de website kan ik de leentijd van mijn boek verlengen.
Reserveren is vooraf aangeven dat je iets wilt gebruiken of lenen zodra het beschikbaar is.
Omdat het boek is uitgeleend, ga ik het reserveren.
De uitleentermijn is de periode waarin je een geleend materiaal mag houden.
De uitleentermijn van dit boek is drie weken.
Een boete is een bedrag dat je soms moet betalen als je de regels niet volgt.
Wie een boek te laat terugbrengt, kan een boete krijgen.
Een leeszaal is een rustige ruimte in de bibliotheek waar je kunt lezen of studeren.
In de leeszaal maak ik rustig mijn werkstuk.