Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'naar de apotheek'.
Een [apotheek]{.text-blue} is een plek waar je medicijnen krijgt en uitleg over het juiste gebruik ervan. *** Ik haal mijn geneesmiddelen op bij de [apotheek]{.text-blue}.
Een [apotheker]{.text-blue} is een deskundige die verantwoordelijk is voor medicijnen en advies geeft over het gebruik ervan. *** De [apotheker]{.text-blue} controleert of de medicijnen samen gebruikt kunnen worden.
Een [apothekersassistent]{.text-blue} is een medewerker die medicijnen klaarmaakt en klanten uitleg geeft. *** De [apothekersassistent]{.text-blue} legt uit wanneer ik de tabletten moet innemen.
Een [balie]{.text-blue} is een toonbank waar medewerkers bezoekers helpen. *** Bij de [balie]{.text-blue} noem ik mijn naam en geboortedatum.
Een [geneesmiddel]{.text-blue} is een middel dat wordt gebruikt om een ziekte of klacht te behandelen of te voorkomen. *** De apotheker geeft uitleg over het gebruik van het [geneesmiddel]{.text-blue}.
Een [tablet]{.text-blue} is een vaste hoeveelheid medicijn die je meestal met water doorslikt. *** Ik neem รฉรฉn [tablet]{.text-blue} in met een glas water.
Een [capsule]{.text-blue} is een omhulsel met daarin een afgemeten hoeveelheid medicijn. *** De [capsule]{.text-blue} moet ik in zijn geheel doorslikken.
Een [zalf]{.text-blue} is een dik, smeerbaar middel dat je op de huid aanbrengt. *** Ik smeer de [zalf]{.text-blue} voorzichtig op de droge plek.
Een [medicijndrank]{.text-blue} is een vloeibaar geneesmiddel dat je in een afgemeten hoeveelheid inneemt. *** Voor het slapen neem ik een lepel [medicijndrank]{.text-blue}.
Een [dosering]{.text-blue} geeft aan hoeveel en hoe vaak je een geneesmiddel moet gebruiken. *** Op het etiket staat de juiste [dosering]{.text-blue}.
Een [bijsluiter]{.text-blue} is een informatieblad met uitleg en waarschuwingen over een geneesmiddel. *** Lees voor het gebruik altijd de [bijsluiter]{.text-blue}.
Een [bijwerking]{.text-blue} is een onbedoeld effect dat bij het gebruik van een geneesmiddel kan optreden. *** Slaperigheid kan een [bijwerking]{.text-blue} van dit middel zijn.
Een [werkzame stof]{.text-blue} is het bestanddeel van een geneesmiddel dat voor het bedoelde effect zorgt. *** Op de verpakking staat welke [werkzame stof]{.text-blue} het medicijn bevat.
Een [herhaalrecept]{.text-blue} is een nieuw voorschrift voor een geneesmiddel dat je al eerder hebt gebruikt. *** Voor mijn vaste medicijnen vraag ik een [herhaalrecept]{.text-blue} aan.
Een [zelfzorgmiddel]{.text-blue} is een geneesmiddel dat je zonder recept kunt kopen. *** De apotheker adviseert een [zelfzorgmiddel]{.text-blue} tegen keelpijn.
Een [medicijndoosje]{.text-blue} is een doosje waarin medicijnen per dag of tijdstip kunnen worden verdeeld. *** Mijn opa legt zijn tabletten voor de hele week in een [medicijndoosje]{.text-blue}.
[Innemen]{.text-blue} betekent dat je een geneesmiddel via je mond gebruikt. *** Ik moet het medicijn na het ontbijt [innemen]{.text-blue}.
[Smeren]{.text-blue} is een middel dun over de huid verdelen. *** Ik moet de zalf tweemaal per dag [smeren]{.text-blue}.
De [voorraad]{.text-blue} is de hoeveelheid producten die nog beschikbaar is. *** De apotheek controleert of het geneesmiddel op [voorraad]{.text-blue} is.
[Advies]{.text-blue} is een deskundige aanbeveling over wat je het beste kunt doen. *** Ik vraag de apotheker om [advies]{.text-blue} over het gebruik van de zalf.
Een apotheek is een plek waar je medicijnen krijgt en uitleg over het juiste gebruik ervan.
Ik haal mijn geneesmiddelen op bij de apotheek.
Een apotheker is een deskundige die verantwoordelijk is voor medicijnen en advies geeft over het gebruik ervan.
De apotheker controleert of de medicijnen samen gebruikt kunnen worden.
Een apothekersassistent is een medewerker die medicijnen klaarmaakt en klanten uitleg geeft.
De apothekersassistent legt uit wanneer ik de tabletten moet innemen.
Een balie is een toonbank waar medewerkers bezoekers helpen.
Bij de balie noem ik mijn naam en geboortedatum.
Een geneesmiddel is een middel dat wordt gebruikt om een ziekte of klacht te behandelen of te voorkomen.
De apotheker geeft uitleg over het gebruik van het geneesmiddel.
Een tablet is een vaste hoeveelheid medicijn die je meestal met water doorslikt.
Ik neem รฉรฉn tablet in met een glas water.
Een capsule is een omhulsel met daarin een afgemeten hoeveelheid medicijn.
De capsule moet ik in zijn geheel doorslikken.
Een zalf is een dik, smeerbaar middel dat je op de huid aanbrengt.
Ik smeer de zalf voorzichtig op de droge plek.
Een medicijndrank is een vloeibaar geneesmiddel dat je in een afgemeten hoeveelheid inneemt.
Voor het slapen neem ik een lepel medicijndrank.
Een dosering geeft aan hoeveel en hoe vaak je een geneesmiddel moet gebruiken.
Op het etiket staat de juiste dosering.
Een bijsluiter is een informatieblad met uitleg en waarschuwingen over een geneesmiddel.
Lees voor het gebruik altijd de bijsluiter.
Een bijwerking is een onbedoeld effect dat bij het gebruik van een geneesmiddel kan optreden.
Slaperigheid kan een bijwerking van dit middel zijn.
Een werkzame stof is het bestanddeel van een geneesmiddel dat voor het bedoelde effect zorgt.
Op de verpakking staat welke werkzame stof het medicijn bevat.
Een herhaalrecept is een nieuw voorschrift voor een geneesmiddel dat je al eerder hebt gebruikt.
Voor mijn vaste medicijnen vraag ik een herhaalrecept aan.
Een zelfzorgmiddel is een geneesmiddel dat je zonder recept kunt kopen.
De apotheker adviseert een zelfzorgmiddel tegen keelpijn.
Een medicijndoosje is een doosje waarin medicijnen per dag of tijdstip kunnen worden verdeeld.
Mijn opa legt zijn tabletten voor de hele week in een medicijndoosje.
Innemen betekent dat je een geneesmiddel via je mond gebruikt.
Ik moet het medicijn na het ontbijt innemen.
Smeren is een middel dun over de huid verdelen.
Ik moet de zalf tweemaal per dag smeren.
De voorraad is de hoeveelheid producten die nog beschikbaar is.
De apotheek controleert of het geneesmiddel op voorraad is.
Advies is een deskundige aanbeveling over wat je het beste kunt doen.
Ik vraag de apotheker om advies over het gebruik van de zalf.