🚌
🚏

Met de bus op reis: wat moet ik weten?

Leer de belangrijkste Nederlandse woorden en begrippen die je nodig hebt als je met de bus reist. Ideaal voor beginners of mensen die hun vervoerswoordenschat willen uitbreiden.

de halte

Voorkant
🛑

Een plek waar de bus stopt om mensen in of uit te laten stappen.


De bus stopt bij de halte.

Achterkant

de buschauffeur

Voorkant
🧑‍✈️

De persoon die de bus bestuurt.


De buschauffeur zegt goedemorgen.

Achterkant

het instappen

Voorkant
🚶‍♂️

De bus in gaan.


We gaan instappen als de deuren open zijn.

Achterkant

het uitstappen

Voorkant
🚶‍♀️

De bus uit gaan.


Ik druk op de knop om uit te stappen.

Achterkant

het buskaartje

Voorkant
🎫

Een kaartje waarmee je met de bus mag reizen.


Ik koop een buskaartje bij de chauffeur.

Achterkant

het abonnement

Voorkant
💳

Een pas waarmee je vaak met de bus mag reizen.


Met een abonnement hoef ik geen kaartje te kopen.

Achterkant

de vertrektijd

Voorkant

Het moment waarop de bus weggaat.


De vertrektijd van de bus is 8 uur.

Achterkant

de aankomsttijd

Voorkant
🕒

Het moment waarop de bus aankomt.


De aankomsttijd is om half negen.

Achterkant

de dienstregeling

Voorkant
📅

Een schema waarop staat hoe laat de bus rijdt.


Ik kijk op de dienstregeling wanneer de bus komt.

Achterkant

de haltepaal

Voorkant
🚏

Een paal bij de halte met informatie over de bus.


Op de haltepaal staat het busnummer.

Achterkant

de buslijn

Voorkant
🚌

De route die de bus rijdt.


Ik neem buslijn 5 naar school.

Achterkant

het overstappen

Voorkant
🔄

Van de ene bus naar de andere bus gaan.


We moeten overstappen op een andere bus.

Achterkant

het busstation

Voorkant
🏢

Een grote plek waar veel bussen komen en gaan.


We wachten op de bus bij het busstation.

Achterkant

het haltebord

Voorkant
🪧

Een bord bij de halte met informatie over de bus.


Op het haltebord staat hoe laat de bus komt.

Achterkant

het busnummer

Voorkant
#️⃣

Het nummer van de bus.


Ik moet busnummer 12 hebben.

Achterkant

de chauffeurscabine

Voorkant
🚖

De plek voorin de bus waar de chauffeur zit.


De chauffeur zit in de chauffeurscabine.

Achterkant

de haltebel

Voorkant
🔔

Een knop waarmee je laat weten dat je wilt uitstappen.


Ik druk op de haltebel als ik eruit wil.

Achterkant

de deuren

Voorkant
🚪

De openingen waar je in en uit de bus gaat.


De deuren gaan open bij de halte.

Achterkant

de stoel

Voorkant
💺

Waar je op kunt zitten in de bus.


Ik zoek een stoel bij het raam.

Achterkant

het raam

Voorkant
🪟

Je kunt door het raam naar buiten kijken.


Ik kijk uit het raam naar de straat.

Achterkant

de chauffeurspas

Voorkant
🪪

Een pas waarmee de chauffeur de bus mag besturen.


De chauffeur laat zijn chauffeurspas zien.

Achterkant

de reistijd

Voorkant

Hoe lang je in de bus zit.


De reistijd naar school is 20 minuten.

Achterkant

het haltehuisje

Voorkant
🏠

Een klein huisje bij de halte waar je kunt wachten.


We schuilen voor de regen in het haltehuisje.

Achterkant

de busrit

Voorkant
🚌

De reis met de bus.


De busrit naar oma duurt een half uur.

Achterkant

de passagier

Voorkant
🧑‍🦱

Iemand die met de bus meerijdt.


Elke passagier heeft een kaartje nodig.

Achterkant

de halteoverkapping

Voorkant
🏚️

Een dakje bij de halte waar je droog kunt staan.


We wachten onder de halteoverkapping.

Achterkant

het busbedrijf

Voorkant
🏢

Het bedrijf dat de bussen laat rijden.


Het busbedrijf zorgt voor de dienstregeling.

Achterkant

de rolstoelplek

Voorkant
🦽

Een speciale plek in de bus voor mensen in een rolstoel.


De rolstoelplek is naast de deur.

Achterkant

de prullenbak

Voorkant
🗑️

Hier kun je afval weggooien in de bus.


Gooi je papiertje in de prullenbak.

Achterkant

de veiligheidsgordel

Voorkant
🔗

Een riem die je omdoet voor de veiligheid.


Doe je veiligheidsgordel om als je zit.

Achterkant

de chauffeursstoel

Voorkant
🪑

De stoel van de buschauffeur.


De buschauffeur zit op de chauffeursstoel.

Achterkant