Oefen in 15 compacte kaarten de basis van klimaatverandering: broeikasgassen, opwarming, IPCC, mitigatie, adaptatie en waarom klimaatbeleid ertoe doet.
Een langdurige verandering van het klimaatsysteem. Nu vooral versneld door menselijke uitstoot van broeikasgassen.
Gassen houden warmte vast in de atmosfeer. Zonder dit effect was de aarde veel kouder.
Extra CO2 versterkt het broeikaseffect. Daardoor warmen aarde, oceanen en lucht verder op.
Een krachtig broeikasgas. Het komt onder meer vrij bij landbouw, afval en fossiele energie.
Het IPCC beoordeelt klimaatwetenschap voor overheden. Het doet zelf geen nieuw onderzoek, maar bundelt kennis.
Een grens voor gemiddelde mondiale opwarming. Hoe hoger de opwarming, hoe groter de risicoโs.
Het beperken van klimaatverandering. Vooral door minder broeikasgassen uit te stoten.
Aanpassen aan gevolgen van klimaatverandering. Denk aan dijken, koelte, waterbeheer en hitteplannen.
Water zet uit als het warmer wordt. Ook smelt landijs, waardoor extra water in zee komt.
Ze laten mogelijke toekomsten zien bij verschillende keuzes. Scenarioโs helpen beleid voorbereiden.
De vraag wie uitstoot veroorzaakt en wie de schade draagt. Verantwoordelijkheid en kwetsbaarheid verschillen sterk.
De kosten zijn nu zichtbaar, de baten vaak later. Politiek moet korte en lange termijn verbinden.
Fossiele energie maakte snelle groei mogelijk. Diezelfde groei zorgde ook voor veel extra uitstoot.
Oceanen nemen veel warmte en CO2 op. Daardoor veranderen temperatuur, stromingen en zeeleven.
Het raakt voedsel, water, gezondheid, wonen en veiligheid. Klimaat is geen los milieuthema.