Het bijvoeglijk naamwoord
Je leert en onthoudt wat een bijvoeglijk naamwoord is en hoe je het kunt gebruiken.
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets extra’s over een mens, dier of ding.
In de rode fiets vertelt rode meer over de fiets.
Waar hoort een bijvoeglijk naamwoord vaak bij?
Een bijvoeglijk naamwoord hoort vaak bij een zelfstandig naamwoord.
In een kleine tafel hoort kleine bij tafel.
Kan een bijvoeglijk naamwoord ook achter het zelfstandig naamwoord staan?
Ja, dan krijgt het geen extra -e. Het staat dan vaak na een koppelwerkwoord.
De fiets is rood (niet: rode).
Krijgt een bijvoeglijk naamwoord na het lidwoord de altijd een extra -e?
Ja, na een de-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord altijd een -e.
De grote hond, een grote hond.
Verandert een bijvoeglijk naamwoord als het lidwoord het ervoor staat?
Ja, soms krijgt het geen -e.
Het mooie huis (met -e), maar: een mooi huis (zonder -e).
Wat gebeurt er met een bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord in het meervoud?
Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in het meervoud altijd een extra -e.
De grote honden, kleine huizen.
Wat gebeurt er met een bijvoeglijk naamwoord na een bezittelijk voornaamwoord (zoals 'mijn' of 'jouw') bij een het-woord?
Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord wél een extra -e.
Mijn oude boek, jouw nieuwe huis.
Krijgt een bijvoeglijk naamwoord een extra -e bij een eigennaam of persoon?
Ja, als het direct voor de naam staat ter beschrijving.
De brave Jasper, de kleine Emma.
Wat vertelt een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?
Het vertelt van welke stof iets is gemaakt. Het eindigt vaak op -en.
De houten tafel is gemaakt van hout.
Wat gebeurt er met een bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -en (zoals 'open' of 'eigen')?
Deze bijvoeglijke naamwoorden krijgen nooit een extra -e.
Het eigen huis, een open deur (niet: opene).
Wat gebeurt er met de spelling van bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een korte klinker (zoals bij 'dik')?
De medeklinker wordt verdubbeld als er een -e achter komt.
Dik wordt dikke, dun wordt dunne.
Wat gebeurt er met de spelling van bijvoeglijke naamwoorden als de klank lang moet blijven (zoals bij 'groot')?
De spelling verandert volgens de regels voor open en gesloten lettergrepen.
Groo-t wordt grote (één o vervalt).
Wat gebeurt er met de spelling van bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -f of -s?
Wanneer er een -e achter komt, verandert de f vaak in een v en de s in een z.
Lief wordt lieve, boos wordt boze.