Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de basis van globalisering: vrijhandel, protectionisme, supply chains, offshoring, WTO en strategische afhankelijkheid.
Toenemende verbondenheid tussen landen. Handel, mensen, geld, data en ideeën bewegen makkelijker.
Handel met zo weinig mogelijk barrières. Het kan prijzen verlagen en specialisatie versterken.
Binnenlandse bedrijven beschermen tegen buitenlandse concurrentie. Denk aan importheffingen of quota.
De keten van grondstof tot eindproduct. Eén product kan afhankelijk zijn van veel landen.
Werk of productie verplaatsen naar het buitenland. Kosten, kennis en regels spelen mee.
Het verschil tussen export en import. Een tekort of overschot zegt niet alles over welvaart.
De WTO maakt en bewaakt regels voor wereldhandel. Ze helpt handelsconflicten beslechten.
Afhankelijk zijn van anderen voor cruciale goederen. Denk aan energie, chips of medicijnen.
Havens verbinden landen met wereldhandel. Ze maken economieën efficiënt én kwetsbaar.
Wereldwijde ketens kunnen snel vastlopen. Efficiëntie en veerkracht moeten in balans.
Handel creëert winnaars en verliezers. Goedkope producten kunnen banen onder druk zetten.
Productie terughalen naar eigen land of regio. Vaak vanwege zekerheid, politiek of kwaliteit.
Landen profiteren door te doen waar ze relatief goed in zijn. Dat is een kernidee achter handel.
Handel gaat ook over macht en afhankelijkheid. Economie en veiligheid raken elkaar.
Prijzen, banen en producten hangen af van wereldwijde ketens. Ver weg kan dichtbij worden.