Oefen in 15 compacte kaarten de basis van energie: fossiel, hernieuwbaar, kernenergie, netcongestie, opslag, waterstof en de energietransitie.
De manier waarop energie wordt opgewekt, vervoerd en gebruikt. Betrouwbaarheid, prijs en uitstoot tellen mee.
Kolen, olie en gas uit oude organische resten. Ze leveren veel energie, maar veroorzaken veel CO2-uitstoot.
Energie uit bronnen die natuurlijk aanvullen. Denk aan zon, wind, waterkracht en aardwarmte.
Elektriciteit uit kernsplijting. Het levert weinig CO2, maar roept vragen op over afval, kosten en veiligheid.
Het elektriciteitsnet zit plaatselijk vol. Nieuwe aansluitingen of teruglevering worden dan moeilijker.
Zon en wind leveren niet altijd tegelijk met vraag. Opslag helpt pieken en tekorten opvangen.
Een energiedrager, geen primaire bron. Vooral nuttig waar elektrificatie lastig is.
Overstappen van brandstoffen naar elektriciteit. Denk aan warmtepompen, elektrische autoβs en industrie.
De zekerheid dat energie beschikbaar blijft wanneer nodig. Storingen, import en piekvraag zijn risicoβs.
Energie raakt huishoudens, bedrijven en inflatie. Hoge prijzen maken beleid direct voelbaar.
Afhankelijkheid van energie-import maakt kwetsbaar. Energie is ook geopolitieke macht.
Minder energie gebruiken voor hetzelfde doel. Vaak de goedkoopste stap in de energietransitie.
Wind, zon, leidingen en netten vragen plek. Energiebeleid botst vaak met landschap en wonen.
De overgang naar een schoner energiesysteem. Het raakt techniek, gedrag, economie en politiek.
Energie zit achter wonen, vervoer, voedsel en productie. Zonder energie staat de samenleving stil.