Leer in 15 kaarten waarom olie, gas, stroom en bijzondere metalen belangrijk zijn voor landen.
Huizen, vervoer, ziekenhuizen, fabrieken en computers hebben energie nodig.
Genoeg betaalbare energie hebben, ook als er ergens een probleem ontstaat.
Als het veel olie, gas, stroom of brandstof van andere landen moet kopen.
Een grote verkoper kan meer of minder olie leveren. Dat kan prijzen en keuzes van andere landen beΓ―nvloeden.
Gas stroomt vaak door vaste pijpen. Daardoor zijn verkoper en koper sterk met elkaar verbonden.
Een plek waar veel pijpen, kabels, opslag en handel samenkomen.
Veel olie en gas gaat per schip. Een blokkade kan levering vertragen en prijzen laten stijgen.
Gebruik verschillende bronnen, leveranciers en routes en verspil minder energie.
Materialen die nodig zijn voor veel producten, maar moeilijk te vervangen of te krijgen zijn.
Ze zitten in telefoons, windmolens, batterijen en sommige wapens.
Nee. Ook het schoonmaken, verwerken, vervoeren en opnieuw gebruiken van materiaal is belangrijk.
Landen hebben soms minder olie en gas nodig, maar meer kabels, batterijen, metalen en techniek.
Stroom moet bijna meteen worden gebruikt of opgeslagen. Het netwerk moet steeds in evenwicht blijven.
Een extra voorraad brandstof of andere belangrijke spullen voor een tijdelijke crisis.
Elke vorm van energie maakt landen ergens van afhankelijk. Spreiding en zuinig gebruik maken een land sterker.