Oefen in 15 compacte kaarten de basis van de digitale samenleving: privacy, data, algoritmes, platformmacht, cybersecurity en digitale identiteit.
Een samenleving waarin data, internet en digitale systemen veel processen sturen. Werk, contact en bestuur veranderen mee.
Het recht om controle te houden over je persoonlijke leven en gegevens. Privacy beschermt vrijheid en autonomie.
Gegevens die naar een persoon verwijzen. Denk aan naam, locatie, gedrag, foto’s of klantgegevens.
Systematisch volgen of controleren van mensen. Digitaal kan dat op grote schaal en vaak onzichtbaar.
Het versleutelen van informatie. Alleen wie de juiste sleutel heeft, kan de inhoud lezen.
Bescherming van digitale systemen tegen misbruik, verstoring en diefstal. Het is veiligheid in digitale vorm.
De invloed van grote digitale platformen op markten, informatie en gedrag. Toegang en regels liggen vaak bij één partij.
Een reeks stappen om een probleem op te lossen. Online bepalen algoritmes vaak wat je ziet.
Macht door het verzamelen en gebruiken van data. Wie veel data heeft, kan beter voorspellen en sturen.
De manier waarop je online herkenbaar bent. Accounts, profielen en inlogmiddelen vormen samen je digitale spoor.
Communicatie werd sneller en opener. Tegelijk groeiden zorgen over aandacht, polarisatie en desinformatie.
Bewust misleidende informatie. Het kan vertrouwen, verkiezingen en publieke gezondheid ondermijnen.
Niet iedereen kan vanzelf digitaal meedoen. Toegankelijkheid voorkomt uitsluiting van diensten en informatie.
Technologie verandert snel en werkt grensoverschrijdend. Regels moeten innovatie en bescherming combineren.
Werk, zorg, onderwijs, overheid en relaties worden digitaal. Digitale keuzes zijn maatschappelijke keuzes.