Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 44. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
Door snelle economische groei ontstond vooral in de industrie een groot tekort aan arbeidskrachten.
Werkgevers en overheid verwachtten dat de buitenlandse werknemers maar tijdelijk in Nederland zouden blijven.
Ongeveer 350.000 mensen vertrokken met overheidssteun naar onder meer Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.
Vooral uit Italië, Spanje, Griekenland en voormalig Joegoslavië.
Nederland sloot in 1964 een wervingsverdrag met Turkije en vijf jaar later met Marokko.
Voornamelijk jonge mannen die zonder hun gezin kwamen werken.
In industriële centra zoals de Rotterdamse haven, de Hoogovens en de textielindustrie in Oost-Nederland.
Ze deden vaak zwaar werk, maakten lange dagen en woonden eenvoudig, soms in pensions met veel anderen.
Omdat men aannam dat de arbeiders na enkele jaren naar hun geboorteland zouden terugkeren.
Naast waardering ontstonden ook uitsluiting, discriminatie en plaatselijke spanningen.
Werkgevers verlengden contracten en veel arbeiders bouwden een bestaan in Nederland op.
In de jaren zeventig, toen de industrie kromp en de behoefte aan nieuwe arbeidskrachten afnam.
Vanaf 1974 konden veel partners en kinderen overkomen, waardoor gezinnen zich blijvend in Nederland vestigden.
Veel voormalige gastarbeiders verloren werk door de krimp van industrie en wereldeconomie.
Nederland werd opnieuw een immigratieland en ontwikkelde zich verder tot een multiculturele samenleving met blijvende discussies over integratie.