Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 41. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
Bewegend beeld bracht nieuws, vermaak en gebeurtenissen uit de hele wereld rechtstreeks de huiskamer in.
Al rond 1880 werd aan televisietechniek gewerkt, maar pas na de Tweede Wereldoorlog kwam het toestel in Nederlandse huizen.
Vanaf de jaren twintig bracht radio nieuws, muziek en amusement en kreeg vrijwel iedere maatschappelijke zuil een eigen omroep.
Katholieke, protestantse, socialistische en andere groepen hadden eigen organisaties en omroepen met eigen programma’s.
Philips maakte televisietoestellen en verzorgde rond Eindhoven experimentele uitzendingen om het medium te stimuleren.
Op 2 oktober 1951 zond de Nederlandse Televisie Stichting, de latere NOS, officieel uit.
Populaire programma’s als Swiebertje en Pipo de Clown trokken kijkers uit verschillende groepen.
Een 23 uur durende radio- en tv-actie van Mies Bouwman in 1962 die ruim twaalf miljoen gulden inzamelde.
Televisies waren duur, hadden een klein zwart-witscherm en slechts ongeveer vijfhonderd gezinnen bezaten aanvankelijk een toestel.
In 1961 waren er al één miljoen toestellen; rond 1970 had vrijwel ieder gezin een televisie.
Meubels werden rond het scherm geplaatst en gezamenlijk televisiekijken werd een nieuw gezinsritueel.
Critici vreesden passiviteit en consumentisme; voorstanders benadrukten gezelligheid, informatie en meningsvorming.
Tot 1964 was er één televisiekanaal en tot 1988 slechts twee, waardoor het aanbod beperkt en gedeeld was.
Programma’s over seks, emancipatie, jeugdcultuur, religie en het koningshuis maakten veel discussie los.
Het aanbod werd groter en internationaler, terwijl mensen steeds vaker afzonderlijk op smartphones en tablets kijken.