Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 38. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
Anne Frank (1929–1945) was een Joods meisje wier dagboek een wereldwijd symbool van de Holocaust werd.
In 1929 in Frankfurt am Main in Duitsland.
Na Hitlers machtsovername in 1933 nam het antisemitisme in Duitsland sterk toe.
De bezetter voerde anti-Joodse maatregelen in; Anne moest onder meer naar een aparte Joodse school.
Vanaf mei 1942 moesten Joden een gele davidster dragen, zodat zij zichtbaar herkenbaar waren.
De deportaties begonnen en het gezin liep groot gevaar te worden weggevoerd.
Achter het bedrijf van Annes vader Otto Frank aan de Prinsengracht in Amsterdam.
Acht mensen: de familie Frank en vier andere onderduikers.
Een draaibare boekenkast bedekte de trap naar de schuilplaats.
Schrijven hielp haar het opgesloten leven vol te houden; ze wilde later schrijfster worden en noemde haar dagboek Kitty.
Onder anderen Miep Gies en andere medewerkers zorgden voor voedsel, nieuws en praktische hulp.
Ruim twee jaar, tot hun arrestatie op 4 augustus 1944.
Via Westerbork ging ze naar Auschwitz-Birkenau en later met haar zus Margot naar Bergen-Belsen.
Anne en Margot stierven begin 1945 in Bergen-Belsen aan ziekte en uitputting; Anne was vijftien jaar.
Otto Frank, de enige overlevende van het gezin, liet de bewaarde teksten in 1947 publiceren als Het Achterhuis.