Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 32. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
Kinderarbeid was lang normaal en vaak nodig om het gezinsinkomen aan te vullen; kinderen werkten op het land, in winkels en werkplaatsen.
Steeds meer kinderen gingen in fabrieken werken, vaak lange dagen onder ongezonde en gevaarlijke omstandigheden.
In Maastricht werkten ploegen van onder anderen acht- tot tienjarigen twaalf uur, ook midden in de nacht.
Rond 1860 werd het verzet sterker, vooral door artsen, onderwijzers, schrijvers en hervormers.
Fabriekswerk schaadde de gezondheid en ontwikkeling van kinderen; zij hoorden onderwijs te krijgen.
Na een fabrieksbezoek hield hij een aangrijpend betoog dat als Fabriekskinderen werd gepubliceerd.
De publieke verontwaardiging groeide en minister Thorbecke stelde een staatscommissie naar kinderarbeid in.
Een liberaal Tweede Kamerlid dat een initiatiefwet indiende om overmatige kinderarbeid en verwaarlozing tegen te gaan.
In 1874.
Arbeid door kinderen jonger dan twaalf jaar in fabrieken en werkplaatsen.
Landarbeid bleef toegestaan en door gebrekkige controle werd het fabrieksverbod niet overal nageleefd.
Kinderen van twaalf die konden lezen en schrijven waren breder inzetbaar dan ongeschoolde jonge kinderen.
Ouders moesten kinderen van zes tot en met twaalf jaar naar school sturen.
Ja. Rond 1900 bezocht ongeveer 90 procent van de kinderen een school.
Het VN-Kinderrechtenverdrag van 1989 verbiedt werk dat ongezond, gevaarlijk of schadelijk is voor kinderen.