Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 29. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
Op 20 september 1839 werd de eerste Nederlandse spoorlijn feestelijk geopend.
De lijn verbond Amsterdam met Haarlem.
De stoomlocomotieven Snelheid en Arend trokken de trein.
Ongeveer 38 kilometer per uur: veel sneller dan een paardenkoets van circa 14 kilometer per uur of een trekschuit van circa 7.
Ze vreesden lawaai, hoge snelheid, ongelukken en mogelijke schade aan mens en dier.
De eerste route AmsterdamβHaarlem werd uitgebreid tot een spoorverbinding van Amsterdam naar Rotterdam.
Verschillende particuliere spoorwegmaatschappijen legden lijnen aan en lieten er treinen rijden.
De overheid betaalde voor een grote uitbreiding van het Nederlandse spoorwegennet.
Grondstoffen en producten konden sneller worden vervoerd, waardoor fabrieken en industriesteden groeiden.
Urbanisatie is de trek naar de stad; betere verbindingen en fabriekswerk lokten veel mensen van het platteland.
Reizen werd sneller, veiliger en voor meer mensen bereikbaar, waardoor afstanden kleiner leken.
Badplaatsen als Scheveningen en Zandvoort en steden in binnen- en buitenland werden makkelijker bereikbaar.
Een landelijke dienstregeling werkte niet met verschillende plaatselijke tijden; daarom kwam in 1909 één Nederlandse standaardtijd.
Spoordijken, rails, stations en ijzeren bruggen verschenen in weilanden en over rivieren en kanalen.
Treinen vervoeren veel mensen en goederen en zijn doorgaans minder belastend voor het milieu dan autoβs en vliegtuigen.