Deze deck behandelt alles wat je moet weten over het zelfstandig naamwoord in het Nederlands, inclusief definities, voorbeelden en gebruik. Bij 'bronnen' vind je de handleidingspagina (EDI-les) voor de leerkracht.
Een woord dat personen, dieren, dingen, plaatsen of ideeΓ«n benoemt.
Zet de, het of een vΓ³Γ³r het woord. Klinkt dat goed? β dan is het een znw.
Onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp
dokter = onderwerp
Kees (O) β boek (LV)
Waar
Geen β bijvoeglijk naamw.
Wel β verzamelnaam
1. Artikel-test 2. Benoemt het βdingβ? 3. Test meervoud? 4. Hoofdletter voor eigennamen
Soortnaam (tafel) Eigennaam (Amsterdam) Stofnaam (water) Verzamelnaam (publiek)
Mogelijke antwoorden: strand, tent, paspoort
βDe katten vangen muisjes.β
βLisa zette de vaas en de bloem op tafel.β
Begint met een hoofdletter en duidt iets unieks aan (persoon, plaats, merk, feestdag).
water, hout, zout β¦
Een znw dat een groep individuen als één geheel aanduidt (team, publiek, klas).
-en, -s, -βs
ijsjes
-je, -tje, -pje, -kje
briefje