Rechtdoor op dezelfde weg, korte bocht, trams, voetgangers en afslaand verkeer.
Afslaande bestuurders laten verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor gaat voor.
Ja.
De rechtsafslaande bestuurder (korte bocht) vóór de linksafslaande bestuurder.
De fietser.
De fietser.
Ja, tijdig en duidelijk.
Ja, naar rechts.
Niet altijd; bij verlaten wel.
Voor laten gaan.
Voor laten gaan.
Voor laten gaan.
Niet als aanwijzingen, verkeerslichten of voorrangstekens anders bepalen.