Hoofdzaken kiezen en de kern kort in eigen woorden weergeven.
De belangrijkste boodschap van een tekst kort en in eigen woorden weergeven.
In één of enkele woorden waarover de tekst gaat.
De belangrijkste boodschap die de schrijver over het onderwerp geeft.
Woorden die onmisbaar zijn om de belangrijkste informatie te begrijpen.
De zin in een alinea die de belangrijkste informatie het duidelijkst uitdrukt.
Details, voorbeelden en herhaling verdwijnen; alleen de kern blijft.
Dan laat je zien dat je de betekenis begrijpt en niet alleen overschrijft.
Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe wijzen naar belangrijke informatie.
Een bijzonder detail kan leuk zijn zonder nodig te zijn voor de hoofdboodschap.
Je ordent informatie en herhaalt de kern actief.
Kijk naar titel, herhaalde woorden en waarover bijna alle alinea's gaan.
Maak de zin af: βDe schrijver wil vooral zeggen dat β¦β
Kies de kernzin of noteer één zin met alleen de belangrijkste informatie.
Orden de kern per alinea en verbind die zinnen logisch in eigen woorden.
Begrijpt iemand de hoofdboodschap zonder de oorspronkelijke tekst te lezen?