Kort vertellen wat het belangrijkste is.
Kort vertellen wat het belangrijkste is.
Waarover de tekst gaat.
Het belangrijkste dat de schrijver wil zeggen.
Belangrijke woorden uit de tekst.
De belangrijkste zin van een stukje.
Je laat kleine details weg.
Dan laat je zien dat je het begrijpt.
Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe.
Een leuk detail hoeft niet belangrijk te zijn.
Je herhaalt alleen de kern.
Kijk naar de titel en woorden die vaak terugkomen.
Zeg: βDe schrijver wil vooral zeggen dat β¦β
Vertel het belangrijkste in één zin.
Zet de belangrijkste zinnen in een goede volgorde.
βWeet iemand nu waarover de tekst ging?β