Tekst verbinden met voorkennis, ervaringen, beelden en andere teksten.
Nieuwe tekst koppelen aan kennis, ervaringen, gevoelens, beelden of andere teksten.
Een verband tussen de tekst en iets wat jij hebt meegemaakt of gevoeld.
Een verband tussen de tekst en kennis over de wereld.
Een overeenkomst of verschil tussen deze tekst en een andere tekst.
Bijvoorbeeld oorzaak-gevolg, probleem-oplossing, tegenstelling en volgorde.
Nieuwe informatie krijgt betekenis doordat je haar vastmaakt aan bestaande kennis.
Meerdere verbindingen geven je geheugen meer wegen naar dezelfde informatie.
Wanneer zij een gebeurtenis, gevoel of keuze in de tekst beter verklaart.
Als je vooral over jezelf denkt en de tekst uit het oog verliest.
Beeld kan tekst aanvullen, verduidelijken of soms tegenspreken.
Zeg: βDit doet mij denken aan β¦β en leg uit wat daardoor duidelijker wordt.
Kies één punt, zoals onderwerp, mening of uitleg, en noteer overeenkomst en verschil.
Zoek signaalwoorden als omdat, daardoor, maar, eerst en vervolgens.
Beschrijf wat beide vertellen en welke extra informatie elk toevoegt.
Kun je uitleggen hoe het verband je helpt de tekst beter te begrijpen?