Bedenken waarover een tekst gaat of hoe hij verdergaat.
Bedenken waarover de tekst gaat of hoe hij verdergaat.
Titel, kaft, kopjes, plaatjes en begin.
Wat je zelf al over het onderwerp weet.
Ja, je kunt bedenken wat er hierna gebeurt.
Nee, je gebruikt aanwijzingen uit de tekst.
Je denkt al over de tekst na.
Plaatjes geven extra aanwijzingen.
Nieuwe informatie kan iets anders laten zien.
Zo merk je wat je goed begreep.
Dan is je voorspelling geen losse gok.
Bekijk de buitenkant en zeg wat je verwacht.
โIk denk โฆ, omdat โฆโ
Kijk naar het probleem en het gedrag van personen.
Zoek wat in de tekst wel of niet klopt.
โWelke aanwijzing hielp mij voorspellen?โ