Kennis verzamelen, betrouwbare bronnen gebruiken en passende woorden kiezen.
Een onderwerp dat past bij je doel, lezer en beschikbare kennis.
Informatie verzamelen door lezen, zoeken, kijken, luisteren of interviewen.
Een bron met een duidelijke maker, goede kennis en controleerbare informatie.
Korte notities met belangrijke feiten, ideeΓ«n, vragen en brongegevens.
Woorden kiezen die precies, begrijpelijk en geschikt zijn voor doel en lezer.
Een kleiner onderwerp is beter te onderzoeken en duidelijker uit te leggen.
Je kunt informatie vergelijken, aanvullen en fouten eerder ontdekken.
Dan weet je later waar informatie vandaan kwam en voorkom je slordig overnemen.
Je laat begrip zien en maakt de informatie passend voor jouw tekst.
Kernwoorden helpen om nauwkeurig en afwisselend over het onderwerp te schrijven.
Maak het kleiner met een vraag, plaats, tijd, persoon of duidelijk deelonderwerp.
Bekijk maker, datum, doel, bewijs en vergelijking met andere bronnen.
Noteer kernwoorden en korte zinnen en schrijf de bron erbij.
Sluit de bron, vertel de kern uit je hoofd en controleer daarna de feiten.
Heb je genoeg betrouwbare kennis en woorden om jouw lezer goed te informeren?