Illustraties en andere beelden gebruiken om tekstbetekenis te herstellen.
Een beeld bij een tekst, zoals een foto, tekening, kaart, grafiek of schema.
Een korte tekst die uitlegt wat een afbeelding toont.
Een stappenplan, stroomschema of reeks tekeningen.
Kaarten, plattegronden en schaaltekeningen.
Grafieken, tabellen en diagrammen.
Ze maken personen, plaatsen, verhoudingen en processen zichtbaar.
Zonder die informatie kun je een beeld verkeerd begrijpen.
Ze kunnen elkaar aanvullen, herhalen of tegenspreken.
Sommige beelden versieren alleen en geven geen noodzakelijke informatie.
Assen, eenheden en schaal bepalen wat de gegevens werkelijk betekenen.
Benoem wat je ziet en verbind elk onderdeel met woorden uit de tekst.
Bekijk titel, legenda, kleuren, symbolen, richting en schaal.
Lees titel en assen, controleer eenheden en vergelijk daarna de waarden.
Leg uit welke tekstinformatie door het beeld duidelijker wordt.
Kun je het moeilijke tekstdeel nu uitleggen met bewijs uit tekst Γ©n beeld?