Begrijp steekproeffout, betrouwbaarheidsintervallen, p-waarden, power en waarom zekerheid nooit absoluut is.
Een beperkte steekproef en onvolmaakte metingen zouden bij herhaling andere uitkomsten geven.
De onbekende werkelijke waarde in de doelpopulatie.
De uit de steekproef berekende benadering van een populatieparameter.
Natuurlijke verandering doordat toevallig andere deelnemers worden geselecteerd.
Een maat voor hoeveel een schatting door steekproefvariatie doorgaans schommelt.
Een reeks waarden die met de gegevens en het gekozen model verenigbaar zijn.
Bij eindeloos herhalen bevat ongeveer 95 procent van zulke berekende intervallen de werkelijke parameter.
Meestal een grotere effectieve steekproef, minder variatie en betrouwbaardere metingen.
Onder de nulhypothese de kans op een uitkomst minstens zo extreem als de geobserveerde.
Niet de kans dat de hypothese waar is en niet de grootte, betekenis of betrouwbaarheid van het effect.
De vooraf gekozen beslisgrens waarmee een p-waarde vaak wordt vergeleken.
Volgens de toets een effect concluderen terwijl de nulhypothese waar is.
Een werkelijk relevant effect niet detecteren.
De kans dat een toets een gespecificeerd werkelijk effect detecteert.
Grotere effectieve steekproeven geven meestal preciezere schattingen, maar lossen bias niet op.
Zonder correctie groeit de kans dat minstens één resultaat toevallig opvallend is.
Nee. Significant zegt niet automatisch dat een effect groot of onderwijsrelevant is.
Nee. De schatting kan ook te onnauwkeurig zijn; bekijk effect en interval.
Met equivalentie of non-inferioriteit, een vooraf gekozen relevante grens en voldoende precisie.
Lees schatting én interval, controleer omvang, aannames en aantal toetsen, en scheid detectie van belang.