9B ยท Uitgewerkt: 15 kaartjes. Basisniveau, ongeveer 9 jaar. Leeronderwerpen: Poรซzie, proza en drama onderscheiden met eenvoudige kenmerken; regels, alineaโs, rollen en regieaanwijzingen; mengvormen en misleidende kenmerken.
Drie tekstvormen in literatuur: bijvoorbeeld gedichten, doorlopende verhaalteksten en teksten om te spelen.
Aan bewust gekozen versregels, klank, ritme, beelden of witruimte. Een gedicht hoeft niet te rijmen.
Een regel in een gedicht waarvan de dichter het einde bewust kan kiezen. Een zin kan over meerdere versregels lopen.
Een groep versregels in een gedicht, vaak met witruimte ervoor of erna. Een strofe lijkt zo op een klein tekstblok.
Aan doorlopende zinnen en alineaโs. Een roman of kort verhaal is meestal proza; niet ieder prozastuk is een verhaal.
Een groep zinnen die bij elkaar horen. Een nieuwe alinea begint meestal op een nieuwe regel, soms met een witregel.
Aan rollen, gesproken tekst en aanwijzingen voor het spelen. De tekst is bedoeld om uit te voeren.
Drama: een rolnaam, gesproken woorden en een aanwijzing voor wat Noor doet. Dat samen ondersteunt de keuze.
Proza: doorlopende zinnen vertellen wat Noor doet en ziet. Er staan hier geen rollen of speelopdrachten.
Poรซzie: de woorden zijn als versregels verdeeld en roepen een beeld op. De schuine strepen geven hier de regeleinden aan.
Nee. Ook een lied, reclame of toneeltekst kan rijmen. Kijk naar meerdere kenmerken en waarvoor de tekst bedoeld is.
Nee. In proza praten personages ook. Kijk of een verteller het gesprek vertelt of dat de tekst als rollen is uitgewerkt.
Nee. Bij alle drie kunnen afbeeldingen staan. Gebruik ook de opbouw, het taalgebruik en de bedoeling van de tekst.
Ja. Een prozaverhaal kan bijvoorbeeld een gedicht of een toneelscรจne bevatten. Bekijk steeds het stukje dat je onderzoekt.
Noem poรซzie, proza of drama en wijs minstens twee passende kenmerken aan, zoals versregels, alineaโs, rollen of ritme.