Leer beoordelen of toetsen, vragenlijsten, observaties en andere instrumenten consistent Γ©n betekenisvol meten.
Een abstract kenmerk dat niet rechtstreeks zichtbaar is, zoals motivatie of begrip.
Een construct vertalen naar observeerbare scores of categorieΓ«n.
De procedure waarmee gegevens worden vastgelegd, zoals een toets, vragenlijst of observatie.
De mate waarin scores consistent zijn en weinig door toevallige meetfouten worden beΓ―nvloed.
Dezelfde meting levert op passende momenten vergelijkbare scores op als het kenmerk niet veranderde.
Hoe sterk items die hetzelfde construct meten met elkaar samenhangen.
De mate waarin beoordelaars hetzelfde werk vergelijkbaar scoren.
Het verschil tussen een geobserveerde score en de waarde die men idealiter wil kennen.
De onderbouwing van de interpretatie en het gebruik van scores voor een doel en groep.
De vraag of de meting het relevante domein evenwichtig bestrijkt.
De vraag of scorepatronen zich gedragen zoals theorie en eerder bewijs voorspellen.
De relatie van scores met een betekenisvol extern criterium.
Niet automatisch; oppervlakkige aannemelijkheid vervangt geen bewijs.
Ja. Een instrument kan consistent het verkeerde meten.
Veel deelnemers scoren bovenin, waardoor verbetering nauwelijks zichtbaar is.
Veel deelnemers scoren onderin, waardoor verslechtering nauwelijks zichtbaar is.
Verwachtingen beΓ―nvloeden onbewust hoe gedrag wordt waargenomen of gescoord.
Geheugen, interpretatie, sociale wenselijkheid en beperkte zelfkennis kunnen antwoorden beΓ―nvloeden.
Anders kunnen scoreverschillen meetverschillen zijn in plaats van echte verschillen.
Controleer construct, operationalisatie, betrouwbaarheid, validiteitsbewijs, scoring, bereik, beoordelaars en doelgroep.