Woordenschat rondom kikkers
Nederlandse woordenschat over kikkers, hun leefgebied, ontwikkeling en gedrag.
kikker
Een kikker is een amfibie die meestal in of bij water leeft en goed kan springen.
De kikker sprong vanaf de oever de vijver in.
amfibie
Een amfibie is een dier dat een deel van zijn leven in water en een deel op land kan doorbrengen.
—
Een kikker is een bekend voorbeeld van een amfibie.
kikkerdril
Kikkerdril zijn de eitjes van een kikker, meestal als doorzichtige klompjes in het water.
—
In het voorjaar zagen we kikkerdril in de sloot liggen.
kikkervisje
Een kikkervisje is de jonge vorm van een kikker die nog in het water leeft en een staart heeft.
—
Het kikkervisje zwom snel tussen de waterplanten.
metamorfose
Metamorfose is de verandering waarbij een kikkervisje uitgroeit tot een volwassen kikker.
—
Tijdens de metamorfose kreeg het kikkervisje pootjes.
poel
Een poel is een kleine plas water waar kikkers kunnen leven en zich voortplanten.
—
Bij de poel hoorden we 's avonds veel gekwaak.
vijver
Een vijver is een aangelegde of natuurlijke waterplek waar kikkers voedsel en beschutting kunnen vinden.
—
In onze tuin woont een kikker bij de vijver.
oever
De oever is de rand van een sloot, poel of vijver waar water en land elkaar raken.
—
De kikker zat stil op de modderige oever.
moeras
Een moeras is een nat gebied met veel planten waar amfibieen vaak beschutting vinden.
—
In het moeras kwaakten de kikkers tussen het riet.
riet
Riet is een hoge waterplant die langs oevers groeit en kikkers beschutting kan geven.
—
De kikker verstopte zich tussen het riet.
kwaken
Kwaken is het geluid maken dat vooral mannetjeskikkers gebruiken om op te vallen.
—
Na zonsondergang begonnen de kikkers hard te kwaken.
springen
Springen is zich met een snelle beweging van de achterpoten verplaatsen.
—
De kikker kon in een keer over de steen springen.
zwemvliezen
Zwemvliezen zijn dunne huidplooien tussen tenen die een kikker helpen zwemmen.
—
Dankzij zijn zwemvliezen kwam de kikker snel vooruit.
camouflage
Camouflage is een kleur of patroon waardoor een dier minder goed opvalt in zijn omgeving.
—
Door zijn groene camouflage zag je de kikker bijna niet.
prooi
Prooi is een dier dat door een ander dier wordt gevangen en opgegeten.
—
De vlieg werd de prooi van de hongerige kikker.
roofdier
Een roofdier is een dier dat andere dieren vangt om ze op te eten.
—
Voor een insect is een kikker een roofdier.
insect
Een insect is een klein dier met zes poten, vaak voedsel voor kikkers.
—
De kikker hapte naar een insect boven het water.
slijmige huid
Een slijmige huid is een vochtige huidlaag die een kikker beschermt tegen uitdrogen.
—
De slijmige huid van de kikker glansde in het zonlicht.
winterrust
Winterrust is een periode waarin een kikker traag wordt en weinig energie gebruikt om de kou te overleven.
—
Tijdens de winterrust bleef de kikker verborgen in de modder.
voedselketen
Een voedselketen laat zien welk organisme door welk ander organisme wordt gegeten.
—
In de voedselketen eet de kikker insecten en kan hij zelf door een vogel worden gegeten.