🔢
📍

N5.5 - procenten en verhoudingen (plus)

Set met flashcards gericht op het automatiseren van berekeningen procenten en verhoudingen. Voorbeeldsommen: 12,5% van 80 = … , Zet om: 33⅓% = …/100 ≈ …/3.

12,5% van 240 = …

Voorkant

30

Achterkant

37,5% van 160 = …

Voorkant

60

Achterkant

15% van €260 = …

Voorkant

€39

Achterkant

30% van 450 = …

Voorkant

135

Achterkant

7,5% van 200 = …

Voorkant

15

Achterkant

18% van 250 = …

Voorkant

45

Achterkant

2,5% van 400 = …

Voorkant

10

Achterkant

Zet om: 12,5% = …/100 = …/8

Voorkant

12,5/100 = 1/8

Achterkant

Zet om: 33⅓% = …/100 ≈ …/3 (noteer als breuk)

Voorkant

33⅓/100 ≈ 1/3

Achterkant

€18 is 15% van een bedrag. Wat is 100%? …

Voorkant

€120

Achterkant

72 leerlingen is 60% van de school. Hoeveel leerlingen is 100%? …

Voorkant

120 leerlingen

Achterkant

45 is 12,5% van welk getal? …

Voorkant

360

Achterkant

Een jas kost €120. Eerst 25% korting, daarna nóg 10% korting. Nieuwe prijs = …

Voorkant

€81

Achterkant

Een telefoon kost €400. Eerst 15% korting, daarna 21% btw over de nieuwe prijs. Eindprijs = …

Voorkant

€411,40

Achterkant

Een prijs stijgt van €80 naar €92. Hoeveel % stijging is dat? …

Voorkant

15%

Achterkant

Verhouding 18 : 24 vereenvoudigen = … : …

Voorkant

3 : 4

Achterkant

In een mengsel is de verhouding rood:blauw = 3:5. Totaal is 64 knikkers. Hoeveel rood? … hoeveel blauw? …

Voorkant

24 rood, 40 blauw

Achterkant

Siroop:water = 2:7. Je hebt 630 mL limonade (totaal). Hoeveel siroop? …

Voorkant

140 mL

Achterkant

In een klas is jongens:meisjes = 7:9. Er zijn 64 leerlingen. Hoeveel jongens? … hoeveel meisjes? …

Voorkant

28 jongens, 36 meisjes

Achterkant

12,5% van 80 = …

Voorkant

10

Achterkant