🔢
📍

N5.4 - procenten en verhoudingen (basis)

Set met flashcards gericht op het automatiseren van berekeningen procenten en verhoudingen (koppeling 10%, 25%, 50%). Voorbeeldsommen: 10% van 60 = … , Een fiets kost €300. 20% korting = … euro. Nieuwe prijs = … .

10% van 250 = …

Voorkant

25

Achterkant

50% van 48 = …

Voorkant

24

Achterkant

25% van 80 = …

Voorkant

20

Achterkant

20% van 90 = …

Voorkant

18

Achterkant

5% van 200 = …

Voorkant

10

Achterkant

1% van 300 = …

Voorkant

3

Achterkant

15% van 100 = …

Voorkant

15

Achterkant

Zet om: 25% = …/100 = …/4

Voorkant

25/100 = 1/4

Achterkant

Zet om: 50% = …/100 = …/2

Voorkant

50/100 = 1/2

Achterkant

Zet om: 10% = …/100

Voorkant

10/100

Achterkant

Zet om: 75% = …/100 = …/4

Voorkant

75/100 = 3/4

Achterkant

In een klas zitten 20 leerlingen. 25% draagt een bril. Hoeveel? …

Voorkant

5

Achterkant

Een trui kost €40. 10% korting = … euro. Nieuwe prijs = …

Voorkant

€4 korting. Nieuwe prijs = €36

Achterkant

Een fiets kost €300. 20% korting = … euro. Nieuwe prijs = …

Voorkant

€60 korting. Nieuwe prijs = €240

Achterkant

Verhouding 6 : 9 vereenvoudigen = … : …

Voorkant

2 : 3

Achterkant

Verhouding 12 : 8 vereenvoudigen = … : …

Voorkant

3 : 2

Achterkant

In een mengsel is de verhouding siroop:water = 1:4. Hoeveel water bij 3 bekers siroop? …

Voorkant

12 bekers water

Achterkant

Bij verhouding 2:5 is het totaal 21 delen. Hoeveel is 1 deel? …

Voorkant

3 (Totaal 2+5=7 delen. 21/7 = 3)

Achterkant

Een kaart heeft schaal 1:100. Afstand op kaart 3 cm. In het echt = … cm (= … m)

Voorkant

300 cm (= 3 m)

Achterkant

10% van 60 = …

Voorkant

6

Achterkant