Set met flashcards gericht op het automatiseren van berekeningen procenten en verhoudingen (koppeling 10%, 25%, 50%). Voorbeeldsommen: 10% van 60 = … , Een fiets kost €300. 20% korting = … euro. Nieuwe prijs = … .
25
24
20
18
10
3
15
25/100 = 1/4
50/100 = 1/2
10/100
75/100 = 3/4
5
€4 korting. Nieuwe prijs = €36
€60 korting. Nieuwe prijs = €240
2 : 3
3 : 2
12 bekers water
3 (Totaal 2+5=7 delen. 21/7 = 3)
300 cm (= 3 m)
6