🔢
📍

N5.3 - breuken (basis: deel van geheel, vergelijken, gelijkwaardig)

Set met flashcards gericht op het automatiseren van het rekenen met breuken (basis: deel van geheel, vergelijken, gelijkwaardig). Voorbeeldsommen: Vereenvoudig: 2/4 = … , Zet op volgorde (klein→groot): 1/2, 1/4, 3/4.

Vereenvoudig: 3/6 = …

Voorkant

1/2

Achterkant

Vereenvoudig: 6/8 = …

Voorkant

3/4

Achterkant

Vul aan: 1/2 = …/4

Voorkant

2

Achterkant

Vul aan: 3/4 = …/8

Voorkant

6

Achterkant

Welke is groter: 1/3 of 1/4

Voorkant

1/3

Achterkant

Welke is groter: 3/5 of 2/5

Voorkant

3/5

Achterkant

Welke is groter: 2/3 of 3/6

Voorkant

2/3 (want 2/3 = 4/6)

Achterkant

Zet op volgorde (klein→groot): 1/2, 1/4, 3/4

Voorkant

1/4, 1/2, 3/4

Achterkant

1/2 van 18 = …

Voorkant

9

Achterkant

1/3 van 21 = …

Voorkant

7

Achterkant

3/4 van 20 = …

Voorkant

15

Achterkant

2/5 van 25 = …

Voorkant

10

Achterkant

12 is 1/3 van welk getal? …

Voorkant

36

Achterkant

15 is 3/5 van welk getal? …

Voorkant

25

Achterkant

Vul aan: 7/10 = …/100

Voorkant

70

Achterkant

Vul aan: 25/100 = …/4

Voorkant

1

Achterkant

Schrijf als breuk: “5 van de 8” = …

Voorkant

5/8

Achterkant

Schrijf als breuk: “9 van de 12” = … (en vereenvoudig)

Voorkant

3/4 (9/12 = 3/4)

Achterkant

Is 4/8 gelijk aan 1/2? (ja/nee + waarom)

Voorkant

Ja, want teller en noemer zijn beide door 4 gedeeld.

Achterkant

Vereenvoudig: 2/4 = …

Voorkant

1/2

Achterkant