Oefen delen van gehelen, eenvoudige breuktaal en verhoudingen in gelijke stukken.
Hoe noem je 1 van 2 gelijke delen?
een half
Hoe noem je 1 van 4 gelijke delen?
een kwart
Hoe noem je 1 van 3 gelijke delen?
een derde
Hoeveel helften is 1 hele?
2
Hoeveel kwarten is 1 hele?
4
Hoeveel zesden is 1 hele?
6
Je verdeelt een cirkel in 5 gelijke stukken. Hoe heet 1 stuk?
een vijfde
Je verdeelt een strook in 6 gelijke stukken. Hoeveel stukken zijn 2/6?
2 stukken
Wat is groter: 1/2 of 1/4?
1/2
Wat is groter: 1/3 of 1/6?
1/3
Een pizza is verdeeld in 4 gelijke stukken. Je eet 1 stuk. Welk deel eet je?
1/4
Van 8 koekjes is 1/4 opgegeten. Hoeveel koekjes zijn dat?
2
Van 12 blokjes is 1/3 rood. Hoeveel blokjes zijn rood?
4
2/4 van een vorm is gekleurd. Hoeveel kwarten zijn gekleurd?
2
Welke breuk past bij 3 van 6 gelijke delen?
3/6