🔢
📍

N5.2 - geld en tijd (toepassen, omrekenen, sommen met context)

Set met flashcards gericht op het automatiseren van berekeningen met geld en tijd (toepassen, omrekenen, sommen met context). Voorbeeldsommen: €3,50 + €2,40 = … , 145 minuten = … uur … min.

€10,00 − €6,75 = …

Front

€3,25

Back

Je hebt €20. Je koopt iets van €13,60. Wisselgeld = …

Front

€6,40

Back

€7,95 + €7,95 = …

Front

€15,90

Back

€15,00 − €8,99 = …

Front

€6,01

Back

€4,20 + €0,80 = …

Front

€5,00

Back

€12,50 + €3,75 = …

Front

€16,25

Back

€9,00 − €2,35 = …

Front

€6,65

Back

3 × €2,50 = …

Front

€7,50

Back

€18,00 : 6 = …

Front

€3,00

Back

1 uur = … minuten

Front

60 minuten

Back

2 uur 15 min = … minuten

Front

135 minuten

Back

145 minuten = … uur … min

Front

2 uur 25 min

Back

09:35 + 25 min = …

Front

10:00

Back

14:10 − 35 min = …

Front

13:35

Back

Een film start om 19:20 en duurt 1 uur 35 min. Eindtijd = …

Front

20:55

Back

Een trein vertrekt 08:48. Reistijd 52 min. Aankomst = …

Front

09:40

Back

Van 12:05 tot 13:30 is … min

Front

85 min

Back

Je spaart 5 weken lang €3 per week. Totaal = …

Front

€15

Back

Je koopt 4 broodjes van €1,35. Totaal = …

Front

€5,40

Back

€3,50 + €2,40 = …

Front

€5,90

Back