Een doorgaande leerroute voor leerkrachten en pabostudenten: van voorbereidend en aanvankelijk lezen tot vloeiendheid, tekstbegrip, kennis, motivatie, ondersteuning en leesbeleid. Alle twaalf decks zijn uitgewerkt met in totaal 168 kaarten.
16 kaarten · uitgewerkt
Groep 1–2. Mondelinge taal en kennis; verhaalbegrip; functies van schrift; fonologisch en fonemisch bewustzijn; analyse en synthese; alfabetisch principe; letterkennis; beginnend schrijven; observeren en ondersteunen.
16 kaarten · uitgewerkt
Vooral groep 3. Expliciete, systematische klank-tekeninstructie; voordoen en begeleid oefenen; samenvoegen van klanken; cumulatieve herhaling; passende leesteksten; directe feedback; lezen en spellen verbinden; begrijpen vanaf de eerste tekst.
12 kaarten · uitgewerkt
De overgang naar vlot woordlezen. Klank-tekenkoppelingen verbinden met uitspraak en betekenis; nauwkeurig decoderen; woordrepresentaties opbouwen; herhaald ophalen; verschil tussen herkennen en raden; gevolgen voor instructie.
14 kaarten · uitgewerkt
Vanaf groep 4, afgestemd op ontwikkeling. Medeklinkerclusters, lettergrepen, spellingpatronen en betekenisvolle woorddelen; modelleren van woordaanpak; oefenen in woorden én teksten; nauwkeurigheid bewaken; feedback op leesfouten.
14 kaarten · uitgewerkt
Nauwkeurigheid, automatisering en prosodie; lezen in woordgroepen; voorbeeldlezen, samen lezen en herhaald lezen met feedback; passende uitdaging; waarom snelheid alleen geen goed leesdoel is.
16 kaarten · uitgewerkt
Vanaf de kleutergroep via begrijpend luisteren, later ook zelf lezen. Woordenschat, zinsbegrip, achtergrondkennis, verbanden en inferenties; tekststructuur; actief controleren van begrip; samenhang tussen decoderen en taalbegrip.
14 kaarten · uitgewerkt
Rijke teksten centraal stellen; een inhoudelijk leesdoel kiezen; hardop denken; gerichte vragen; begeleide tekstgesprekken; opnieuw lezen; lezen verbinden met schrijven; strategieën inzetten als hulpmiddel bij begrip.
12 kaarten · uitgewerkt
Boeken en teksten kiezen op inhoud, taal en kwaliteit; verhalende en informatieve teksten; samenhangende thema’s; voorkennis uitbreiden; woordenschat verdiepen; complexiteit ondersteunen; vakinhoud en lezen verbinden.
12 kaarten · uitgewerkt
Competentie, keuze en verbondenheid; boekaanbod en boekgesprekken; de leerkracht als lezend voorbeeld; voorlezen in alle groepen; tijd voor lezen; passende uitdaging; samenwerken met ouders en bibliotheek.
14 kaarten · uitgewerkt
Fouten en leesgedrag analyseren; technische leesvaardigheid, vloeiendheid en begrip afzonderlijk bekijken; toetsen met observaties combineren; instructie bijstellen; voortgang en effect van ondersteuning volgen.
16 kaarten · uitgewerkt
Sterk basisaanbod en intensivering; extra expliciete instructie, begeleide oefening en feedback; preventie en vroege signalering; hardnekkige problemen en dyslexie; afstemming met specialisten; taalsteun bij meertaligheid.
12 kaarten · uitgewerkt
Overdracht van groep 2 naar 3 en verder; leesdoelen en onderwijsaanbod verbinden; tijd en materialen organiseren; teamafspraken; ouders en bibliotheek betrekken; kwaliteit evalueren; veelvoorkomende misvattingen over lezen toetsen.
De kaarten hebben dezelfde vorm als de voorbeelddecks: één gerichte vraag met een vraagteken op de voorkant; een kort, zelfstandig leesbaar antwoord met twee passende pictogrammen en een bron op de achterkant. Begripsvragen worden afgewisseld met praktijksituaties.
Deck 1 is gebaseerd op Stichting Lezen en SLO: geletterdheid in de kleutergroep, de IES/WWC-praktijkgids over leesfundamenten en EEF: vroege leesontwikkeling. Specifieke bronlinks staan bij de afzonderlijke kaarten. Antwoorden zijn praktische bewerkingen; klasvoorbeelden zijn voor deze collectie gemaakt. Internationale inzichten zijn vertaald naar de Nederlandse onderwijscontext.
Deck 2 steunt op SLO: technisch lezen in groep 3 en 4, de IES/WWC-praktijkgids, EEF: expliciete en systematische klank-tekeninstructie en EEF: Improving Literacy in Key Stage 1. Alle antwoorden in decks 1–12 bevatten maximaal 200 tekens, exclusief de aparte bronvermelding.
Deck 3 gebruikt daarnaast Ehri (2014): orthografische mapping. Decks 4–6 gebruiken ook de IES/WWC-praktijkgids over complex woordlezen, vloeiendheid en tekstbegrip. Voor decks 5 en 6 zijn de Nederlandse uitwerkingen van Stichting Lezen en SLO over vloeiend lezen en tekstbegrip gebruikt, aangevuld met de IES/WWC-gids over begrijpend lezen. De Amerikaanse interventiegids betreft oudere leerlingen met leesproblemen; relevante werkwijzen zijn vertaald naar de Nederlandse context en afgestemd op de leesontwikkeling.
Decks 7 en 8 verbinden lesgeven in tekstbegrip met rijke teksten en thema’s (Stichting Lezen en SLO). Deck 9 gebruikt hun uitwerkingen over leesmotivatie; deck 10 die over monitoren en evalueren.
Deck 11 gebruikt de Handreiking voor de invulling van ondersteuningsniveaus 2, 3 en 4 (Dyslexie Centraal/NKD/EN, 2022, versie 3.1), aangevuld met inzichten over effectieve instructie en taalsteun. Deck 12 gebruikt Stichting Lezen en SLO: samenwerking en leesbeleid. Iedere kaart heeft een eigen bronlink. De antwoorden en klasvoorbeelden zijn praktische bewerkingen van deze bronnen.