Je leert en onthoudt de belangrijkste stijlfiguren die je kunt gebruiken bij het schrijven van teksten.
Wat is een vergelijking?
Je vergelijkt twee dingen met woorden als als of zoals om iets extra duidelijk of beeldend te maken.
Wat is een metafoor?
Je zegt dat iets is als iets anders zodat je een sterk beeld oproept.
Wat is een personificatie?
Je geeft dingen of dieren menselijke eigenschappen, zodat de tekst levendiger wordt.
Wat is een herhaling?
Je herhaalt een belangrijk woord of zinsdeel om extra nadruk te leggen.
Wat is een opsomming?
Je zet meerdere dingen achter elkaar in een rijtje om iets sterker of uitgebreider te laten klinken.
Wat is een climax?
Een opsomming die steeds sterker wordt, zodat de spanning of emotie oploopt.
Wat is een anticlimax?
Een opsomming die juist eindigt met iets minder groots, vaak met een komisch of verrassend effect.
Wat is een tegenstelling?
Je zet twee dingen met tegenovergestelde betekenis naast elkaar om het verschil extra duidelijk te maken.
Wat is een paradox?
Een uitspraak die eerst vreemd of tegenstrijdig lijkt, maar bij nadenken toch een kern van waarheid heeft.
Wat is een eufemisme?
Je zegt iets moeilijks of negatiefs op een zachtere, vriendelijkere manier om het minder hard te laten klinken.
Wat is een hyperbool?
Een overdreven uitspraak om iets extra sterk te benadrukken.
Wat is een pleonasme?
Je zegt een eigenschap dubbel, met een bijvoeglijk naamwoord dat al in het zelfstandig naamwoord zit.
Wat is een tautologie?
Je gebruikt twee woorden met bijna dezelfde betekenis om iets te versterken.
Wat is een retorische vraag?
Je stelt een vraag waar je eigenlijk geen antwoord op verwacht, om de lezer aan het denken te zetten.
Wat is ironie?
Je zegt het tegenovergestelde van wat je bedoelt op een milde, vaak grappige manier.
Wat is sarcasme?
Een scherpe, bijtende vorm van spot waarbij je iemand of iets duidelijk belachelijk maakt.
Wat is een understatement?
Je doet alsof iets minder erg, groot of belangrijk is dan het eigenlijk is.
Wat is een woordspeling?
Je maakt een grap met woorden die meerdere betekenissen hebben of bijna hetzelfde klinken.
Wat is een alliteratie?
Twee of meer woorden vlak achter elkaar beginnen met dezelfde klank, waardoor de zin lekkerder loopt.
Wat is een assonantie?
Klinkerrijm: de klinkers in woorden lijken op elkaar, waardoor de zin een bepaald ritme of klank krijgt.