Set met flashcards gericht op het automatiseren van berekeningen procenten en verhoudingen. Voorbeeldsommen: 12,5% van 80 = … , Zet om: 33⅓% = …/100 ≈ …/3.
12,5% van 240 = …
30
37,5% van 160 = …
60
15% van €260 = …
€39
30% van 450 = …
135
7,5% van 200 = …
15
18% van 250 = …
45
2,5% van 400 = …
10
Zet om: 12,5% = …/100 = …/8
12,5/100 = 1/8
Zet om: 33⅓% = …/100 ≈ …/3 (noteer als breuk)
33⅓/100 ≈ 1/3
€18 is 15% van een bedrag. Wat is 100%? …
€120
72 leerlingen is 60% van de school. Hoeveel leerlingen is 100%? …
120 leerlingen
45 is 12,5% van welk getal? …
360
Een jas kost €120. Eerst 25% korting, daarna nóg 10% korting. Nieuwe prijs = …
€81
Een telefoon kost €400. Eerst 15% korting, daarna 21% btw over de nieuwe prijs. Eindprijs = …
€411,40
Een prijs stijgt van €80 naar €92. Hoeveel % stijging is dat? …
15%
Verhouding 18 : 24 vereenvoudigen = … : …
3 : 4
In een mengsel is de verhouding rood:blauw = 3:5. Totaal is 64 knikkers. Hoeveel rood? … hoeveel blauw? …
24 rood, 40 blauw
Siroop:water = 2:7. Je hebt 630 mL limonade (totaal). Hoeveel siroop? …
140 mL
In een klas is jongens:meisjes = 7:9. Er zijn 64 leerlingen. Hoeveel jongens? … hoeveel meisjes? …
28 jongens, 36 meisjes
12,5% van 80 = …