In deze set kaarten leer je wat een bijvoeglijk naamwoord is en hoe je het herkent en gebruikt. Met simpele voorbeelden ontdek je hoe deze woorden zinnen duidelijker en leuker maken.
Vraag
Antwoord
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Een woord dat iets zegt over een zelfstandig naamwoord.
Wat beschrijft een bijvoeglijk naamwoord?
Hoe iets is, eruitziet, voelt of klinkt.
Bij welk woord hoort een bijvoeglijk naamwoord?
Bij een zelfstandig naamwoord, zoals huis, boom of fiets.
Kun je een voorbeeld geven?
De grote hond. “Grote” zegt iets over de hond.
Kun je meerdere bijvoeglijk naamwoorden gebruiken?
Ja: een grote, rode bal.
Waar staat het bijvoeglijk naamwoord vaak?
Meestal vóór het zelfstandig naamwoord.
Kan het ook ergens anders staan?
Ja, soms erachter: De fiets is snel.
Wanneer krijgt een bijvoeglijk naamwoord een -e?
Meestal als het voor een zelfstandig naamwoord staat: de mooie bloem.
Wat is een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?
Het zegt van welk materiaal iets gemaakt is.
Wat is een voorbeeld van een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?
De wollen trui of de zilveren lepel.
Krijgt een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord een -e?
Nee, het eindigt meestal op -en, zoals houten of gouden.
Kun je een bijvoeglijk naamwoord sterker maken?
Ja: groot → groter → grootst.
Hoe noem je de vormen groot - groter - grootst?
De trappen van vergelijking.
Waarom zijn bijvoeglijk naamwoorden handig?
Ze maken zinnen duidelijker en interessanter.
Wat gebeurt er als je ze weglaat?
De zin klopt nog, maar is minder precies.