Oefen delen, restnotatie en de relatie tussen delen en vermenigvuldigen.
24 : 6 = ?
4
42 : 7 = ?
6
54 : 9 = ?
6
64 : 8 = ?
8
48 : 6 = ?
8
56 : 8 = ?
7
27 : 4 = ?
6 rest 3
34 : 5 = ?
6 rest 4
50 : 6 = ?
8 rest 2
29 : 7 = ?
4 rest 1
Zet om in een deling: 7 x 6 = 42. Vul in: 42 : 7 = ?
6
Zet om in een deling: 8 x 7 = 56. Vul in: 56 : 8 = ?
7
Wat betekent de rest in 17 : 5 = 3 rest 2?
2 blijft over
18 koekjes worden verdeeld over 4 kinderen. Hoeveel krijgt ieder kind en wat blijft over?
4 per kind, 2 over
35 kralen gaan in zakjes van 6. Hoeveel volle zakjes kun je maken?
5
35 kralen gaan in zakjes van 6. Hoeveel kralen blijven over?
5
63 : 9 = ?
7
72 : 8 = ?
9