Ga terug naar de oudheid: van slimme Grieken met stadstaten en goden tot machtige Romeinen met wegen en legers. Ontdek hoe hun ideeën en uitvindingen ons leven nog steeds beïnvloeden.
Welke tijd noemen we “de tijd van de Grieken en de Romeinen”?
De oudheid: ongeveer van 800 v.Chr. tot 500 n.Chr.
Wie was de hoogste leider van het Romeinse Rijk?
De keizer, zoals de beroemde Julius Caesar of Augustus.
Waar leefden de oude Grieken?
In Oud-Griekenland, rond de Middellandse Zee.
Hoe waren Griekse steden georganiseerd?
Als stadstaten (polis), zoals Athene en Sparta.
Wat was bijzonder aan Athene?
Het was de bakermat van de democratie: burgers mochten meebeslissen.
Waar geloofden de Grieken in?
In meerdere goden, zoals Zeus en Athena.
Wat bedachten de Grieken nog meer?
Ideeën over denken (filosofie), rekenen en bouwen.
Waar begon het Romeinse rijk?
In Italië, in de stad Rome.
Hoe heette het grote rijk van de Romeinen?
Het Romeinse Rijk.
Hoe konden de Romeinen zo’n groot gebied veroveren?
Met een sterk leger en goede organisatie.
Wat bouwden de Romeinen om hun rijk te verbinden?
Rechte wegen, bruggen en aquaducten.
Welke taal spraken de Romeinen?
Latijn.
Welke regels maakten de Romeinen belangrijk?
Wetten: veel regels van nu lijken daarop.
Waarom viel het Romeinse Rijk uiteindelijk uiteen?
Door problemen zoals aanvallen van buitenaf en zwak bestuur.
Wat hebben wij vandaag nog van Grieken en Romeinen?
Democratie, sport, wegen, wetten en gebouwen—hun ideeën leven voort.