πŸ”₯
🀝

Zelfdeterminatietheorie: leren door autonomie, competentie en verbondenheid

Ontdek in 20 kaarten hoe motivatie groeit wanneer leerlingen autonomie ervaren, zich competent voelen en verbonden zijn met anderen.

❓

Wat is zelfdeterminatietheorie?

Front
πŸ”₯
🧠

Zelfdeterminatietheorie is een motivatietheorie die uitlegt wanneer mensen meer uit zichzelf willen leren en volhouden.

Back
❓

Wie ontwikkelden de zelfdeterminatietheorie?

Front
πŸ‘₯
πŸ“š

Edward Deci en Richard Ryan ontwikkelden de theorie. Zij onderzochten hoe motivatie samenhangt met basisbehoeften.

Back
❓

Welke drie basisbehoeften staan centraal?

Front
3️⃣
πŸ”‘

De drie basisbehoeften zijn autonomie, competentie en verbondenheid. Als die gevoed worden, groeit motivatie vaak.

Back
❓

Wat betekent autonomie?

Front
🧭
πŸ™‹

Autonomie betekent dat leerlingen invloed en keuze ervaren. Ze voelen dat ze niet alleen gestuurd worden, maar zelf meedoen.

Back
❓

Wat betekent competentie?

Front
πŸ’ͺ
βœ…

Competentie betekent dat leerlingen merken dat ze iets kunnen leren. Succeservaringen en duidelijke feedback versterken dit gevoel.

Back
❓

Wat betekent verbondenheid?

Front
🀝
πŸ’¬

Verbondenheid betekent dat leerlingen zich gezien, veilig en betrokken voelen bij de leraar en de groep.

Back
❓

Wat is intrinsieke motivatie?

Front
✨
πŸ”₯

Intrinsieke motivatie betekent dat iemand iets doet omdat de activiteit zelf interessant, waardevol of plezierig is.

Back
❓

Wat is extrinsieke motivatie?

Front
🎁
➑️

Extrinsieke motivatie betekent dat iemand iets doet vanwege een uitkomst buiten de activiteit, zoals een cijfer, beloning of verplichting.

Back
❓

Wat is autonome motivatie?

Front
🧭
πŸ”₯

Autonome motivatie betekent dat leerlingen achter hun gedrag staan. Ze zien zelf de waarde of hebben echte interesse.

Back
❓

Wat is gecontroleerde motivatie?

Front
πŸ“
😬

Gecontroleerde motivatie betekent dat leerlingen vooral handelen door druk, straf, schuldgevoel of externe beloning.

Back
❓

Hoe kan een leraar autonomie ondersteunen?

Front
πŸ—³οΈ
πŸ’¬

Een leraar kan keuze geven, uitleggen waarom iets belangrijk is, luisteren naar leerlingen en ruimte geven voor eigen inbreng.

Back
❓

Hoe kan een leraar competentie ondersteunen?

Front
πŸͺœ
πŸ“£

Door haalbare uitdaging, duidelijke doelen, goede voorbeelden en feedback die leerlingen helpt de volgende stap te zetten.

Back
❓

Hoe kan een leraar verbondenheid ondersteunen?

Front
πŸ‘‚
🀝

Door interesse te tonen, een veilig klimaat te maken, samenwerking te stimuleren en leerlingen serieus te nemen.

Back
❓

Waarom is keuze niet hetzelfde als vrijheid zonder grenzen?

Front
🧭
πŸ“

Autonomie vraagt ook structuur. Leerlingen hebben keuzeruimte nodig binnen duidelijke doelen, verwachtingen en begeleiding.

Back
❓

Waarom kan belonen soms motivatie verminderen?

Front
🎁
⚠️

Als leerlingen vooral voor de beloning werken, kan hun eigen interesse minder belangrijk lijken. De activiteit voelt dan meer gecontroleerd.

Back
❓

Hoe zie je zelfdeterminatietheorie terug in de klas?

Front
🏫
πŸ”₯

Je ziet het terug in keuzeopties, heldere doelen, warme relaties, betekenisvolle uitleg en feedback die groei mogelijk maakt.

Back
❓

Welke rol speelt betekenis bij motivatie?

Front
πŸ”Ž
πŸ’‘

Als leerlingen begrijpen waarom iets ertoe doet, kunnen ze zich makkelijker verbinden aan de taak, ook als die moeilijk is.

Back
❓

Wat is een voordeel van zelfdeterminatietheorie?

Front
πŸ“ˆ
🀝

De theorie helpt leraren verder kijken dan belonen en straffen. Ze laat zien hoe motivatie duurzaam kan groeien.

Back
❓

Wat is een beperking of valkuil?

Front
⚠️
🧭

Autonomie verkeerd begrijpen kan leiden tot te weinig structuur. Leerlingen hebben zowel ruimte als duidelijke begeleiding nodig.

Back
❓

Wat moet een leraar vooral onthouden over zelfdeterminatietheorie?

Front
πŸ’‘
πŸ”₯

Motivatie groeit wanneer leerlingen keuze ervaren, succes kunnen opbouwen en zich gezien voelen in de groep.

Back