De hoofdregels en uitzonderingen voor voorrang op kruispunten.
Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van rechts.
Nee. ‘Rechts gaat voor’ geldt tussen bestuurders.
Bestuurders uit de onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op de verharde weg.
Een tram gaat voor, tenzij lichten, borden, haaientanden of aanwijzingen anders bepalen.
Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
Nee. Alleen als dat voor voorrang of veiligheid nodig is.
Altijd volledig stoppen vóór de stopstreep en daarna voorrang verlenen.
Bestuurders op de voorrangsweg, tenzij andere tekens of aanwijzingen anders bepalen.
Nee. Pas bij bord B2 of een andere regeling.
Nee.
Nee. De borden en haaientanden bepalen de voorrang.
De uitrijdende bestuurder; al het overige verkeer gaat voor.
De wegrijdende bestuurder.
Nee, maar de voorste voertuigen volgen de normale voorrangsregels.
Nee. Blijf gevaar voorkomen, ook als een ander jou voorrang moet verlenen.