Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'verzorgen en aankleden'.
[Jezelf verzorgen]{.text-blue} is aandacht besteden aan je lichaam, hygiรซne en uiterlijk. *** Elke ochtend neem ik tijd om [mijzelf te verzorgen]{.text-blue}.
[Je handen wassen]{.text-blue} is vuil en micro-organismen met water en zeep van je handen verwijderen. *** Voor het eten ga ik [mijn handen wassen]{.text-blue}.
[Je gezicht reinigen]{.text-blue} is vuil, zweet en verzorgingsproducten van de gezichtshuid verwijderen. *** Voor het slapen ga ik [mijn gezicht reinigen]{.text-blue}.
[Je insmeren]{.text-blue} is crรจme, zalf of lotion over je huid verdelen. *** In de zon ga ik [mij insmeren]{.text-blue} met zonnebrandcrรจme.
[Deodorant gebruiken]{.text-blue} is een middel aanbrengen dat lichaamsgeur helpt verminderen. *** Na het douchen ga ik [deodorant gebruiken]{.text-blue}.
[Scheren]{.text-blue} is haar dicht bij de huid verwijderen met een scheermes of apparaat. *** Voor de spiegel ga ik mijn kin [scheren]{.text-blue}.
[Nagels knippen]{.text-blue} is vingernagels of teennagels met een nagelknipper korter maken. *** Eenmaal per week ga ik mijn [nagels knippen]{.text-blue}.
[Je haar wassen]{.text-blue} is haar en hoofdhuid met water en shampoo schoonmaken. *** Onder de douche ga ik [mijn haar wassen]{.text-blue}.
[Je haren borstelen]{.text-blue} is met een borstel klitten verwijderen en het haar netjes leggen. *** Na het drogen ga ik [mijn haren borstelen]{.text-blue}.
[Kleding kiezen]{.text-blue} is bepalen welke kleding je wilt of moet dragen. *** Voor het feest ga ik nette [kleding kiezen]{.text-blue}.
[Aantrekken]{.text-blue} is kleding, schoenen of accessoires om je lichaam doen. *** Ik ga eerst mijn broek en trui [aantrekken]{.text-blue}.
[Dichtknopen]{.text-blue} is knopen door de bijbehorende knoopsgaten halen. *** Ik ga mijn overhemd van onder naar boven [dichtknopen]{.text-blue}.
[Een rits sluiten]{.text-blue} is de schuiver bewegen zodat de twee zijden van de rits in elkaar grijpen. *** Voordat ik naar buiten ga, ga ik [de rits sluiten]{.text-blue}.
[Veters strikken]{.text-blue} is schoenveters met een knoop en lussen vastmaken. *** Voor ik ga lopen, moet ik mijn [veters strikken]{.text-blue}.
[Een riem omdoen]{.text-blue} is een riem rond je middel halen en vastmaken. *** Bij deze broek ga ik [een riem omdoen]{.text-blue}.
[Een sjaal omslaan]{.text-blue} is een sjaal rond je hals leggen voor warmte of versiering. *** Omdat het vriest, ga ik [een sjaal omslaan]{.text-blue}.
[Omkleden]{.text-blue} is de kleding die je draagt vervangen door andere kleding. *** Voor het sporten ga ik mij [omkleden]{.text-blue}.
[Uittrekken]{.text-blue} is kleding, schoenen of accessoires van je lichaam verwijderen. *** Bij binnenkomst ga ik mijn jas [uittrekken]{.text-blue}.
[Kleding opvouwen]{.text-blue} is kleding netjes dubbelleggen zodat die compact kan worden opgeborgen. *** Na het drogen ga ik de [kleding opvouwen]{.text-blue}.
[Kleding ophangen]{.text-blue} is kleding aan een hanger of haak bewaren. *** Mijn nette jas ga ik in de kast [ophangen]{.text-blue}.
Jezelf verzorgen is aandacht besteden aan je lichaam, hygiรซne en uiterlijk.
Elke ochtend neem ik tijd om mijzelf te verzorgen.
Je handen wassen is vuil en micro-organismen met water en zeep van je handen verwijderen.
Voor het eten ga ik mijn handen wassen.
Je gezicht reinigen is vuil, zweet en verzorgingsproducten van de gezichtshuid verwijderen.
Voor het slapen ga ik mijn gezicht reinigen.
Je insmeren is crรจme, zalf of lotion over je huid verdelen.
In de zon ga ik mij insmeren met zonnebrandcrรจme.
Deodorant gebruiken is een middel aanbrengen dat lichaamsgeur helpt verminderen.
Na het douchen ga ik deodorant gebruiken.
Scheren is haar dicht bij de huid verwijderen met een scheermes of apparaat.
Voor de spiegel ga ik mijn kin scheren.
Nagels knippen is vingernagels of teennagels met een nagelknipper korter maken.
Eenmaal per week ga ik mijn nagels knippen.
Je haar wassen is haar en hoofdhuid met water en shampoo schoonmaken.
Onder de douche ga ik mijn haar wassen.
Je haren borstelen is met een borstel klitten verwijderen en het haar netjes leggen.
Na het drogen ga ik mijn haren borstelen.
Kleding kiezen is bepalen welke kleding je wilt of moet dragen.
Voor het feest ga ik nette kleding kiezen.
Aantrekken is kleding, schoenen of accessoires om je lichaam doen.
Ik ga eerst mijn broek en trui aantrekken.
Dichtknopen is knopen door de bijbehorende knoopsgaten halen.
Ik ga mijn overhemd van onder naar boven dichtknopen.
Een rits sluiten is de schuiver bewegen zodat de twee zijden van de rits in elkaar grijpen.
Voordat ik naar buiten ga, ga ik de rits sluiten.
Veters strikken is schoenveters met een knoop en lussen vastmaken.
Voor ik ga lopen, moet ik mijn veters strikken.
Een riem omdoen is een riem rond je middel halen en vastmaken.
Bij deze broek ga ik een riem omdoen.
Een sjaal omslaan is een sjaal rond je hals leggen voor warmte of versiering.
Omdat het vriest, ga ik een sjaal omslaan.
Omkleden is de kleding die je draagt vervangen door andere kleding.
Voor het sporten ga ik mij omkleden.
Uittrekken is kleding, schoenen of accessoires van je lichaam verwijderen.
Bij binnenkomst ga ik mijn jas uittrekken.
Kleding opvouwen is kleding netjes dubbelleggen zodat die compact kan worden opgeborgen.
Na het drogen ga ik de kleding opvouwen.
Kleding ophangen is kleding aan een hanger of haak bewaren.
Mijn nette jas ga ik in de kast ophangen.