Leer en onthoud met 15 compacte kaarten hoe strafrecht bewijs, straf en bescherming organiseert.
Recht over strafbare feiten en straffen. Het beschermt samenleving Ên verdachten tegen willekeur.
Iets is alleen strafbaar als de wet dat vooraf zegt. Niemand mag achteraf worden gestraft.
Je geldt als onschuldig tot schuld bewezen is. Dat beschermt burgers tegen voorbarige straf.
De aanklager moet schuld bewijzen. Twijfel werkt in principe in het voordeel van de verdachte.
Een maatregel moet in verhouding staan tot het doel. Zware middelen vragen sterke redenen.
Kies het minst ingrijpende middel dat werkt. De overheid mag niet zwaarder ingrijpen dan nodig.
Iemand tegen wie een redelijk vermoeden bestaat. Verdachte zijn is niet hetzelfde als schuldig zijn.
Het OM vervolgt strafbare feiten namens de samenleving. Het beslist of een zaak voor de rechter komt.
Onafhankelijke rechters beoordelen geschillen en strafzaken. Hun onafhankelijkheid beschermt de rechtsstaat.
Een straf moet terugkeer in de samenleving helpen. Niet elke straf draait alleen om vergelding.
Straf moet nieuwe misdrijven voorkomen. Dat kan bij de dader of bij anderen werken.
Bewijsregels maken veroordeling controleerbaar. Ze beschermen tegen dwaling en machtsmisbruik.
Veiligheidsmaatregelen beperken soms privacy of beweging. Democratie moet die balans uitleggen.
Verdachten moeten hun rechten kunnen gebruiken. Zonder hulp is een eerlijk proces zwakker.
Strafrecht laat zien hoe macht begrensd wordt. Burgers moeten veiligheid Ên rechten kunnen wegen.