Leer en onthoud met 15 compacte kaarten statistische basiskennis: gemiddelde, mediaan, risico, steekproef, significantie, percentages en grafieken lezen.
Statistiek helpt gegevens ordenen en interpreteren. Het maakt patronen en onzekerheid zichtbaar.
De som gedeeld door het aantal waarden. Uitschieters kunnen het gemiddelde sterk beΓ―nvloeden.
De middelste waarde in een geordende reeks. Handig als er uitschieters zijn.
Hoe waarschijnlijk iets is. Kans wordt vaak uitgedrukt als percentage of verhouding.
De kans op schade gecombineerd met de ernst ervan. Risico is meer dan alleen waarschijnlijkheid.
Een deel van een grotere groep dat je onderzoekt. De steekproef moet representatief zijn.
Een steekproef lijkt voldoende op de hele groep. Anders kunnen conclusies scheef zijn.
Een resultaat lijkt waarschijnlijk niet door toeval ontstaan. Het zegt niet automatisch dat iets belangrijk is.
Het verschil in gewone aantallen of procentpunten. Het laat zien hoeveel iets werkelijk verschuift.
Verandering uitgedrukt ten opzichte van het startpunt. Dat kan indrukwekkender klinken dan het is.
Assen, schaal en selectie sturen de indruk. Kijk altijd naar bron en context.
Het risico voordat een maatregel of factor meespeelt. Zonder basisrisico mis je context.
Alleen data kiezen die je punt steunen. Het geeft een vertekend beeld.
Percentages verbergen soms aantallen. Vraag altijd: percentage van wat?
Je ziet beter wat groot, klein, zeker of onzeker is. Dat maakt debat minder gevoelsmatig.